Onderdeel van de WimHeins.nl Servicepagina's.
Oudejaarsavond 1983Amsterdam, 1 januari 1984.
Mijn gezicht staat zorgelijk want ik vind het niet leuk om te moeten schrijven. Ik loop met kleine stapjes en met een soort lood in mijn schoenen naar de computer om het toch te durven.
Toen mijn moeder over Oudejaarsavond begon had ik meteen gevonden dat Rosita, die splinternieuwe vriendin van mijn broer, er ook bij moest zijn. Ik had mijn broer nog nooit van zijn leven meegemaakt met een vriendin. En nu we op Oudejaar na lange tijd weer in het ouderlijk huis zouden vertoeven, moest het ook maar iets bijzonders worden.
De gure avondstraat waarlangs ik erheen beende, lag vol herinneringen aan al mijn leeftijden. Terwijl ik gehaast voortstapte drentelde er ook een klein jongetje met me mee en een puber en een twintiger en die waren allemaal even onzekere schepsels als ik want ze waren allemaal mij. Je bent bang hè, zei ik, je bent bang dat die Surinaamse de sfeer daar verandert, dat je je niet thuis zal voelen bij je eigen familie hè?
In de kamer zaten Ma, Pa mijn broer Cor en een negroïde figuur die ik in eerste aanblik door haar robuuste bouw en broekpak een seconde voor een jongen aanzag.
Toen ik gezeten was stak ik snel een sigaret op. "Het is niet koud hè," zei ik. "Nee hè," zei mijn moeder, "wat is het zacht voor de tijd van het jaar hè." "Ja, ja!" zei de Surinaamse, "zacht voor de tijd van het jaar." Ze lachte gehaast en knikte nadrukkelijk, niet omdat ze het onderwerp als afgehandeld wilde beschouwen maar omdat ze probeerde zo snel mogelijk een sfeer van eensgezindheid tot stand te brengen. "Had je geen parkeerplek meer?" vroeg ik aan mijn broer. "Nee er zijn veel auto's vanavond." "Ja veel auto's!" zei de Surinaamse en knikte. "Ja wat een auto's zijn er vanavond hè!" riep mijn moeder, "heb je gisteren nog je brief af gekregen?" "Ja die heb ik afgedraaid." "O, dus die heb je afgedraaid??"
Rosita aankijkend legde ik uit: "Ja ik heb een apparaat dat automatisch brieven kan afdrukken, dat bedoelt mijn moeder." Ik wou geenszins vervallen in een monoloog over computerkunde en vroeg snel of men de oliebollen zelf had gebakken.
"Wil je vast een oliebol of wacht je tot de koffie is doorgelopen?" vroeg mijn moeder. "Straks graag." "Nou je moet maar zo denken," vervolgde mijn moeder, "de koffie loopt door."Het viel me op dat zij allerlei opmerkingen maakte waar ik niet verder op in neigde te gaan (omdat zij slechts ten doel hadden angst te smoren) en ook dat ik zenuwachtige snuiflachjes maakte door mijn neus. En dat het eigenlijk op mijn lachspieren werkte dat hier zo'n nerveuze sfeer hing. Je kon wel merken dat Huize Heins met een enge vreemdeling zat opgescheept. De alledaagse onderwerpen die ik aansneed met Rosita kostten mij weinig moeite en ook zij was prima bij machte tot conversatie, wat alle partijen gerust leek te stellen. Toen we op Warung Annie en Surinaams eten kwamen zei Rosita dat ze "pittig" kookte en dat sambal de potentie bevorderde. Mijn moeder verstond zoïets als competentie en vroeg of dat met de gezondheid te maken had.
"Nee," zei ik, "met zin in vrijen. Potentie!"
"Dat hebben wij hier niet nodig!" riep mijn vader, sprong overeind en stortte zich als vanuit startblokken naar de gang om in de keuken koffie te gaan uitschenken. Ik wisselde met mijn broer een bijtende blik van verstandhouding. We hadden het onlangs nog in de vernietigendste bewoordingen gehad over vaders calvinisme."Waar blijft Immy nou!" riep mijn moeder. Als geroepen gaf die antwoord met de huisbel. Haar vriend Jack droeg een beige gestreept salonjasje en een hemd met vlinderdas. Aanvankelijk opende hij met mij een gesprek over het bedrog gepleegd bij de Mercatorprojectie van wereldkaarten, waardoor Afrika te klein was. "Of bedoel je Groenland veel te groot?" begreep ik. Dit netelige onderwerp werd snel afgerond omdat het spel Risk op tafel verscheen, waarbij iedereen onder regie van dobbelstenen zijn legers op aarde kon zien veroveren of verliezen.
Ik besloot direct om vals te gaan spelen, als enige attractie, daar de zin en verpozing van dit spel mij helaas bijster waren. Ik zette veel meer legers neer dan was toegestaan en als ik met twee dobbelstenen gooide terwijl dit maar met één mocht dan wees ik de steen met de hoogste ogen aan als de bedoelde ene, wat door allen met geschater werd vergeven. "Ik ga jouw leger vernietigen en dan het analfabetisme in het land bestrijden," zei ik tegen mijn zus Immy.Onderwijl vroeg ik me af waarom ik er eigenlijk geen bal aan vond en of consumptie van alcohol soms zou helpen. Ik dacht: Denk aan al die eenzamen, jij hebt gezelschap, de familie is sinds jaren weer met Oud & Nieuw verenigd, het is nog even wennen met die nieuwe Rosita en je bent nu eenmaal geen spelletjesmens. Aan de beurt zijnde besliste het lot dat ik een aantal malen achter elkaar opnieuw de dobbelstenen mocht gooien waarvan ik graag gebruik maakte in de hoop dat ik mijn legers zo snel mogelijk kwijt zou zijn. Ik had geen zin me in de spelregels te verdiepen maar schakelde toch Immy bijna helemaal uit. "Hij speelt op geluk maar hij wint toch," stelde Cor vast.
Rosita was bezig ettelijke legers meer op de wereldkaart te plaatsen dan scheen te zijn toegestaan. "Weer iemand die het zogenaamd niet snapt," zei ik door mijn neus, waar Immy achterover liggend in de bank breed om moest gnuiven.Gelukkig was ik mijn legers snel kwijt. "Dat komt doordat je in het begin te veel risico's hebt genomen," verklaarde Cor.
"Ik moet voor 1 januari mijn belastingbiljet nog invullen," zei ik tegen mijn moeder. Af en toe voelde ik dat ze een oplettende blik naar me wierp. Ik zat statisch in mijn stoel en reageerde weinig. "Ruil je een paar kaarten?" stelde ik Jack voor. "Nou straks misschien," zei hij snel. Zijn gezicht stond een seconde uiterst gemixt, in tegenstelling tot dat van baby's die maar één stemming tegelijk uitdrukken. Hij keek berekenend, op een idee komend, afwegend, waarderend, afhoudend en relativerend tegelijkertijd. Wat is hij geestig geprogrammeerd dacht ik, om zo'n leuke blik in een fractie van een seconde paraat te hebben!Na het spel champagne! De ontkurking van een 75 cm hoge fles moest op de foto. De kurk ging er niet uit. Ik greep de hals en duwde er tegen met twee duimen. Daarbij probeerde ik mijn inzet te vergroten door er als een zeeleeuw bij de schreeuwen. Rosita lachte en ik vroeg me af: omdat ze denkt dat ik dit verlang of omdat ze het echt leuk vind dat ik emotioneel doe?? Ik nam het hoofd van een vroegere liefdesrivaal in gedachte om uit de romp te trekken waarop de bovenkant van de kurk afbrak. "Daarom moeten champagnekurken ook van plastic zijn," zei ik tegen Jack. Cor dreef een kurkentrekker in het achterblijvende deel. Het viel me op dat ik al schreeuwend wat warmer van binnen was geworden en er door een zekere emotionaliteit dichter bij betrokken raakte. Het was het enige moment deze avond dat ik iets merkte van een zeker gevoel van gezelligheid en versmelting met de aanwezigen.
Ik vreesde dat ik in therapie ook mijn gevoel terug zou moeten zoeken door te schreeuwen.
Spoedig daarop voelde ik het verschil weer met mijn normale afzijdige en afwezige houding die opnieuw de kop opstak. Ik realiseerde me dat ik eigenlijk met iets heel anders rondliep dan feestvreugde. Het huilen zou me als het goed was eigenlijk nader moeten staan, alleen het was te goed weggekneveld in mijn maagstreek en leek op een vage hang tot braken.
"We moeten opstaan," zei Rosita toen Cor om 12 uur wou "proosten". "Niet proosten maar toasten," meende ik. Bij het tegen elkaar tingelen van de glaasjes stond ik naast mijn vader. Ik had er afkeer van op zo'n kneuterige feestelijke manier mijn glas tegen het zijne te tikken. Gelukkig deed hij het ook niet bij mij. Ze gingen maar door met klinken, buuuh.Buiten voor de deur tijdens het vuurwerk had ik even iets eigens toen Tom Visser onmiddellijk wist dat het twee jaar geleden was dat ik ook bij hun thuis verzeild raakte op Oudejaar. Hij vroeg me zelfs of ik geen bandrecorder bij me had zoals tijdens jaarwisselingen in de grijze oudheid van mijn kindertijd.
Ik had me twee jaar geleden slecht thuis gevoeld in dat gezelschap maar ik ging er toch weer naar binnen net als Ma die Pa zelfs meenam, en Jack sjouwde zelfs die hele grote fles mee wat ik uit gierigheid niet gedaan zou hebben.
Het was een gekke scène in die kamer bij Visser. Ik moest eraan denken dat ik eens op een feest uit pure wanhoop één van mijn eerste sigaretten heb gerookt en dat het uitwendige gebeuren toen beter tot mij kwam. Ik stond te kijken naar Immy die zich stralend lachend met vreemde mensen onderhield op basis van haar natuurlijke charmes, evenals mijn moeder die door haar aangeschoten staat een enorme power aan de dag legde qua spontaniteit. En mijn vader die er ook tussen stond. Met hem wilde ik me in het geheel niet onderhouden, daar hij de personificatie was van mijn eigen gehate zelfbeeld.
"Tom Vissers broer draagt op Oudejaarsavond altijd iets wits," zei ik tegen een meisje, gekleed in stuitende overhemd en stropdas. "O ja is het echt waar?" vroeg ze, waarmee de conversatie beëindigd was.
Ik zat ongenadig opgesloten in mezelf en sloot uit dat dit publiek iets voor me zou kunnen betekenen. Ieder woord leek zinloos. Ik was eigenlijk alleen geïnteresseerd waar Tom's moeder zich bevond. Uiterlijk leek alles goed te gaan: ik stònd hier toch maar en kon toch maar doen alsof!
Terug thuis lagen er keizerlijke lekkernijen. Mijn moeder las een opstel voor over Der Rudi, Immy's eerste nachtvriend, heel geestig, en zelfs Pa maakte melige opmerkingen. Maar ik kon er eens te meer niet om gnuiven omdat ik nog de verbitterdste gevoelens koesterde over die Rudi-zaak. Tijdens het voorlezen maakten de betrokkenen opmerkingen als 'dat klopt' of 'nee het was niet mijn eerste grote liefde'.
Ook Rosita hield een toespraak staande:
"Ik weet niet precies wat ik ga zeggen maar wacht op de woorden die zich aandienen om gezegd te worden. Ik heb geen vader meer, die heeft 23 jaar in Suriname gewoond, een schat van een man, maar we gaan niet zielig doen omdat we ons richten op de positieve dingen in het leven en ik wil zeggen dat de manier waarop ik hier ontvangen ben zo spontaan en accepterend en hartelijk is dat ik daar heel erg dankbaar voor ben. Laten we blij zijn met de goede dingen die God ons geeft om van te mogen genieten want zonder Hem zouden we niets kunnen."
Zo ging het nog even door, heel positivistisch, en na afloop klapte ik maar in mijn handen en riep 'mooi gesproken'!
Ma begon nog vanuit haar therapeutische benadering te verklaren dat je het 'toch zelf moet doen' waarop Rosita het christelijk cliché te berde bracht dat je zelf geen kracht bezit. Jack was nog zo snedig hierop te roepen dat dan 'God door haar mooi gesproken' had.
Even later vroeg hij mij zacht en met vier ogen dicht bij elkaar of ik mee ging naar een feest en ik had mijn antwoord klaar: nee ik ben moe. Ik was inmiddels steeds versteender, kouder en afweziger geworden zonder te begrijpen waarom. Ik wilde hier weg.In de auto zat Rosita naast Cor als een volleerde zangeres negrospirituals te neurieën en te zingen. Ze was duidelijk volledig opgewarmd en gloeiend van feestvreugde.
De logica van het leven was me volkomen bijster. Ik had nooit schamperheid betoond als Cor beweerde dat hij het zo goed kon maken bij Surinaamse meisjes. Ik had, daar was ik nu blij om, besloten met het uiten van twijfels daaromtrent te wachten tot ik hem er eens in mee kon maken.
"Cor heeft veel morele kracht maar hij heeft een extra push nodig," had Rosita tegen mijn moeder gezegd. "Een extra push??" had deze onzeker gevraagd.
Ik nam aan dat dit iets met innerlijk gevoel van Cor te maken had en hij vertoonde ook nu inderdaad geen onzekere houding. In ieder geval wilde ik weg.
Jack vroeg nog een keer of ik echt niet naar het feest wilde. Mijn nee klonk bijna snauwend. Ik wilde weg van hen. Cor vroeg of ik thuis nog iets onder de kurk had waarop ik schuchter ja zei maar gelukkig wilden de anderen feest.
Voor mijn huis kuste ik Rosita, aangezien ik haar charmant vond, de hand en zij deed het bij mij terug. (Pas op Nieuwjaarsdag zou ik vernemen dat zij een verklede man was, een bekwaam opgemaakte travestiet).Ik beende met kranige pas naar mijn huisdeur en toen ik naar boven liep herkende ik de muren van mijn trappenhuis en de deur van mijn woning en daarbij viel het me op hoe gebogen en gebroken mijn houding was.
Je mag kotsen en braken zei ik, en ging klaar zitten met een handdoek voor de tranen maar de kneveling in mijn maag was te sterk. Ik ging boven de WC hangen met mijn vinger in mijn keel en moest hoesten in plaats van braken. Na enige tijd wist ik achterin op mijn tong wat roerbewegingen te vol te houden zonder pijnlijke uitstootreactie. Het voelde ruw alsof ik in mijn maag kruimels beroerde. Ik bracht hoogstens drie korte kotsbewegingen tot stand en wist zo enig feestelijk belegd stokbrood in de pot te lozen. Nog lang bleef ik op de bank in de koude kamer zitten, me verslagen en onwaardig voelend, omdat ik zelfs onder eigen familie een vreemde was gebleken.
Zo ver ben ik dus gevorderd op mijn 33e, dus 1984 moet wel een vreselijk jaar worden.