Terug naar KijkAan.nl/Nostalgie
KLEUTERSCHOOL
HERTSPIEGHELWEG
Amsterdam
Bouw
1948 en gebruik
begin Jaren 50
Bron: http://beeldbank.amsterdam.nl
Bouw speelzaal kleuterschool, daarachter de Leeuwendalersweg:
Op de achtergrond de Bos en Lommerweg:
De Hertspieghelweghuizen achter het schooltje zijn er nog niet:
Het glas weerspiegelt nog de Bos en Lommerweg:
De Hertspieghelweghuizen staan nu op hun plaats:
Op de achtergrond de Leeuwendalersweg:
Babyboomkleuters:
Begin jaren 50 komt er een (voor kleuters) groot klimhek:
De kleuterschool zou er veertig jaar staan:
In de verte het schooltje langs de Hertspieghelweg:

Leeuwendalersweg Amsterdam 1957
Bron: http://beeldbank.amsterdam.nl
DE AARDIGE JUFFROUW
In 1955 woonde ik als 5-jarige op Hertspieghelweg 16/3 en ik zou in september voor 1 jaar naar de kleuterschool gaan die daar stond. Nu ik nog werkloos thuis zat had ik alle tijd om uit het raam te kijken. Elke dag rond 12 uur zag ik een vrouw met een groepje kleuters uit de richting Bos en Lommerweg over de Hertspieghelweg komen en met doelgerichte stappen linksaf gaan richting Hoofdweg. Wat mij raakten waren de rokken van de kleuterjuf. Eén vergat ik nooit: zwart met verticale helgele strepen. De combinatie zwart en geel heeft sindsdien iets in me verlevendigd, zelfs bij het zien van een wesp. Tijdens het lopen danste en golfde het om haar benen.
Ik vroeg aan mijn moeder om hoe laat zij dagelijks langs zou komen. Het antwoord luidde: "Als de grote wijzer bovenaan staat."
De volgende dag zat ik me enorm te verbijten omdat de wijzer maar zo langzaam omhoog ging. Ik wilde mezelf de verrassing bezorgen als het zover was dat ik uit het raam omlaag keek en dat ik haar dan zonder nog te moeten wachten volop zou kunnen aanschouwen. Ik vroeg me onderwijl af hoe de wijzer zo stil kon staan maar blijkbaar tegelijk omhoog kon bewegen. Eindelijk was het helemaal 12 uur geworden en ik rende naar het raam. Heel in de verte zag ik de kleuterjuf met haar dansende rokken tussen haar kinderen langs de populieren uit het zicht verdwijnen. Ik was tot huilens toe teleurgesteld. Wat ik namelijk nog niet wist was dat het leven geenszins verliep volgens een exacte dienstregeling.
De dag daarop zorgde ik beneden op straat te vertoeven en zei reeds tegen een buurkleuter dat er straks een "aardige juffrouw" langs zou komen. Inderdaad zat ik op de voorste rij toen zij met haar grut over het trottoir in het zicht verscheen. Nu kon ik haar van dichtbij gadeslaan. Ze was rijzig, had halflange vijftigerjaren pieken met zo'n scheiding en een struis niet al te mooi gezicht waarmee ze zakelijk zorgend en bazig om zich heen keek. Ze droeg een korte jas van dikke zwarte stof, ongeveer zoals stratenvegers.Mijn buurjongetje zei meteen: "Dag aardige juffrouw!"Ik kon nog niet benoemen dat ik dit liever zelf had gezegd. Ze vroeg waarom zij dan zo aardig was. "Hij zegt dat u een aardige juffrouw bent," verklaarde de jongen op mij wijzend. Ik voelde me betrapt. We liepen met ze mee alsof we bij de andere kinderen hoorden. Inmiddels wilde de vrouw weten waarom ik haar dan zo aardig vond, maar ik kon niet onder woorden brengen waarom, want ik had geen doortastende redeneermachine in mijn hoofd.Halverwegde de Leeuwendalersweg zei ze: "Zo jullie gaan nu terug want anders raak je te ver van huis." "Nee ik wil mee," liet ik weten. "Niets ervan!" riep ze, "ga naar huis!"
Het viel me tegen dat zij mij niet zo aardig vond als ik haar.
Wim Heins
DE SCOOTERJUF 1957
(1e klas lagere school)
Ik heb er niet bepaaldelijk geleden
onder eventuele al te christelijke zeden.
Geloofsabsurditeit kon ik gedogen
want miste alle kritische vermogen.
Na het eten "wel moge het u bekomen"
vulde ik aan met "zeggen alle vromen".
Ik dacht dat grote mensen samenzworen en
dat je tegen wil en dank hun ware leer moest horen.
Wat een aha-belevenis dat juffrouw Vreeken
als fluisterende vorm van normen breken
mij in lege klas, bekende dat de meester Tjeukerplas
van gymnastiek een echte Friese driftkop was.
Zij reed al scooter en voerde amicale zeden.
Tot meer dan dat ze mij daarop heeft rondgereden
(ik voelde een raket al toerde zij ook zo zacht)
heb ik de intimiteit met haar natuurlijk niet gebracht.
Sterker, erger: ik ben haar uit het oog verloren.
Naar ik vermoed kon ik haar ook niet zo bekoren
dat haar een paar jaar later bijster bijstond wie ik was.
De sterveling, psalm 103, zijn dagen zijn als gras.
De veldbloem wordt verdelgd als stormen loeien.
Maar wat in mij gebrandmerkt staat valt nimmer uit te roeien.
Wim Heins