INTRODUCTIE
SCHRIJFTACTISCHE 
VERWERKING 
VERHAALGENIEKE BOUWSTENEN 

DATABANK
Dit webonderdeel demonstreert zakelijk hoe in de schrijf-"keuken" tactische archivering kan plaatsvinden van verhaalgenieke grondstoffen voor verhalend proza.
Voorbeelden hiervan kunt u aanklikken in het kijkraam hier bovenaan.
Het betreft zowel (in)complete prille verhaaltjes als korte typeringen van personages, gevoelens of omgeving (couleur locale) en humoristisch of aforistisch getaxeerde notities.
Dit systeem past bij het schrijverstype dat niet instaat is alle details op te zouten in het eigen brein. Beter dan de spreekwoordelijk kladjes in een chaotische schoenendoos, kunnen levenslang aantekeningen worden opgeslagen onder de strenge tucht van eenduidig benoemde sectoren.
Dit vormt geen garantie voor een creatief resultaat, maar vormt wel een gebruikshulp voor wie met heilig vuur en zonder "schrijversblokkering" gedreven wordt. Kunnende tobben tijdens een creatief proces is even relevant als zich overgeven gelijk een varken aan de modder.
Zelf heb ik vroeger verhaalgenieke bouwstenen vereeuwigd op systeemkaarten, maar later ben ik ze (daarnaast) ook in een databank op de computer gaan opnemen.
Toegevoegd werden nu onderaan het record ook trefwoorden. Databanksoftware kon nu gaan zoeken naar (trefwoorden van de) bouwstenen via elke associatie die bij het opvragen van ideeën maar opkomt. Dus niet alleen via de titel van de systeemkaart (in een kaartenbak stond alles immers maar op één plek tegelijk?)
De eerste trefwoorden komen overeen met de eerste woorden in de itemtitel; het databankprogramma sorteert de records op trefwoorden, dit om ze op volgorde te zetten van de eerste woorden in de titel, en niet te sorteren op de codeletter waarmee de itemtitels beginnen. Deze codeletter typeert de inhoud:
L = humoristisch gehalte
M= aforistisch gehalte
T = handelingbepalend item
V = omgevingsbeschrijving
W = typering personage
Y = gevoelsbeschrijving
Z = menselijke interactie

Om de volledige lijst itemtitels van mijn eigen bouwstenenbank te zien KLIK HIER.

Een fractie van dit ideeën-archief is ten voorbeeld opgenomen in het kijkraam hierboven; klik op een titel om het verhaalgenieke item te lezen (stelen is plagiaat en wordt streng vervolgd door politie-agenten).

De hierboven genoemde trefwoorden onder de tekst-items zijn steeds toepasselijk gekozen maar ook associatief en zelfs contrasterend met de inhoud van het item.
Er komen ook enkele termen bij voor die ik gebruik om schrijfcriteria aan te duiden die volgens mij productief zijn om de aandacht vast te houden.

NEGATOL:
De lezer kan een arrogant personage niet uitstaan of is jaloers op zijn succes of de toeschouwer moet een negatieve verhaalhandeling tolereren; doorgaans een kwaad dat erom vraagt te worden overwonnen, zoals een scholier die wordt gepest om zijn intelligentie of om zijn lesbische moeders.
MORESTIM:
De loop van het verhaal steekt de lezer een hart onder de riem bijvoorbeeld als lotgenoot, of stimuleert de toeschouwer moreel in een rechtvaardigheidsgevoel (volgt van nature op Negatol), bijvoorbeeld de gepeste scholier nodigt als personeelchef de pesters uit die solliciteren.
PRERATIO:
Het item bevat potentieel stof om met voorbedachte rade te intrigeren naar een verrassingseffect, bijvoorbeeld de op straat geschoffeerde fietser blijkt op het examen van de schoft de examinator te zijn.
SUSPENSE
De toeschouwer verkeert in onzekerheid of een gewenste verhaalontwikkeling zal plaatsvinden, veelal of de geliefden elkaar zullen krijgen.
CREACRI:
Bevat een principe dat consequent toegepast potentieel de kracht heeft van een creatief criterium, bijvoorbeeld de sollicitant stelt de voorwaarde nooit te hoeven liegen, wat tot absurde taferelen moet leiden.
INTEREST:
Het item wordt boeiend geacht uitsluitend door zijn eigen intrinsieke inhoud, bijvoorbeeld uitleg waarom raketten recht omhoog gaan of hoe zaadcellen vreemdgangers tegenhouden of hoe spiritisme werkt.
INGANG:
De situatie biedt een functionele overgang naar het opvoeren van een volgend item. Zoals bij een raamvertelling kunnen plekken op een landkaart herinneringen samenroepen aan verhaalelementen, of het sollicitatiegesprek vormt de ingang naar interessante stof.
FORMA:
Een concrete situatie kan de behuizing vormen voor een gevoelsmatige stof, bijvoorbeeld eenzaamheidsproblematiek kan worden ondergebracht in het personage van een celibataire non.

ARCHIVERING
Levenslang verzamelde verhaalgenieke items hoeven niet perse geheel op systeemkaarten te staan, al kunnen zij als 'memovelden' van een 'elektronische kaartenbak' tegenwoordig van onbeperkte lengte zijn.
Indien de tekst niet op een systeemkaart past, of als er verwezen wordt vanaf het item naar een tekst die elders op een papier staat, dan hebben we te maken met de behoefte aan een stoffelijk archief (liefst met dossiers in hangmappen).
Hoe moet dit ingedeeld?
Ten voorbeeld kan men inzien hoe ik dit op mijn 20e voor mezelf bedacht: vijftig categorieën verdeeld in sectoren waar alles in kan worden ondergebracht wat er bestaat.
Bij nummer 1 begint globaal het ontstaan van de wereld en tegen nummer 50 zien wij kosmologie en paranormale verschijnselen (dezelfde indeling is aan te bevelen voor boeken).

In dit ontwerp bestaan er zgn. primaire, secundaire en tertiaire sectoren. Deze aanduidingen slaan op de relevantie voor de schrijfkunst.
Primair en secundair: elk stuk in een dergelijke sector krijgt een volgnummer bestaande uit een omgekeerde datum, waardoor de papieren zowel op nummer liggen als op chronologie. Verwijzing geschiedt vanuit twee aparte kaartsystemen (primair en secundair).
Ongeïndexeerde dossierstukken heten tertiair. Tertiaire verwijzing gebeurt niet stelselmatig vanuit een kaartsysteem, maar wel incidenteel, alsook vanuit elke andere locatie (dagboek, dossier).

Bekijk hoe bedoeld archief en bibliotheek zijn ingedeeld, met uitgebreidere handleiding, door te KLIKKEN HIER.
Wim Heins

 

 WEBLINKS SCHRIJVEN