ABORTOIR (1981)
LLEN
moet vandaag de twee ongewenste kinderen van haar buurvrouw bewaken. Ze
gebruiken nu de lunch. Een klein ikje dat zichzelf hoogstserieus neemt zit tegen
de tafel aangeschoven in z'n kinderstoel. Vanwege zijn welvarende uiterlijk
noemt Ellen hem in gedachten Hitchcock. Kwijl en slijm druipen van inspanning
onbelemmerd over zijn gebreide hobbezak met schouderbandjes.
Ineens kijkt hij pijnlijk verrast, laat de hooivork, waarmee hij stukken brood probeerde te eten, ontgoocheld op de vloer kletteren. Met twee armen wijst hij nooddruftig over tafel en begint huilerig te steunen.
Waarom dit alarm? Omdat Ellen zijn oudere zusje Penny een schoongemaakte sinaasappel heeft aangereikt! "Oók! Oók!" jammert Hitchcock ontredderd. Ellen geeft hem zijn zin. Maar na één hap schuift hij het gifgroene plastic bord met oranje partjes bitsig terzijde. Namelijk omdat zijn zusje dat ook heeft gedaan. "Ik lùst niet!" steunt het meisje getart en dwars. En Hitchcock aapt dat na. Watertandend staart hij naar zijn weggeschoven bord. Het instinct om mee te doen is sterker dan zijn persoonlijke smaak. Maar Ellen zal heus zijn neus niet dichtknijpen. Er hangt hier nergens een bordje aan de muur:
"'t Gehoorzaam Kind - Wordt Bemind."
Deze kindertjes worden helemaal niet bemind. Ze zijn dan ook allebei onder behandeling van een medisch opvoedkundig bureau.
Op haar negentiende werd Ira, hun moeder, zwanger gemaakt. Haar ouders besloten dat de baby komen moest. Want Ira was altijd een moeilijk kind geweest, ze had nooit willen gehoorzamen en nu moest ze de consequenties van haar daden maar dragen. Ze zeiden niet: wat rot voor je. Maar: wat een schande, hoe houden we dat geheim?
Ira trouwde onder tranen en Penny kwam met pijn. Als ze het kind de borst gaf, wat zeer deed, zuchtte ze: "Ik kan echt niet van je houden." En onder het verschonen: "Nooit zal ik van je houden!"
Opnieuw zwanger, vroeg ze haar huisarts om abortus. Maar hij riep: "Misschien is het wel een toekomstige premier!" De dokter sprak met een zachte G en gelei-achtige verkleinwoordjes.
"Mevrouwtsje, u bent gezond, getrouwd, gehuisvest! Wat egoïstisch om er nou een soort wegwerpkindsje van te willen maken. Voor een vrouw is zwangerschap een feest!"
"Dan kan het dus niet egoïstisch zijn," zei Ira, "maar egoïstisch ten opzichte van wat eigenlijk?"
Ernst afdwingend gingen dokters ogen gloeien. "Mevrouwtsje, het is objectief en wetenschappelijk absoluut bewezen dat er na de ontvangenis een menschje is gaan leven. Met handschjes! Met voetschjes! En u wilt dat vrijwillig aborteren!"
"Vrijwillig? Denkt u dat ik straks elke week bij u op de stoep sta voor een lekkere abortus?! Dat ik vrijwillig mijn huis heb aangestoken als ik de brandweer bel?!"
Onheilspellend gingen dokters wenkbrauwen omhoog, net of hij de stormbal hees. "Mevrouwtsje, u wilt de lusten zonder de lasten! Hoe kunt u dat strakschjes verantwoorden voor de troon des heren? Strakschjes!?"
"Ik ben wel zwanger maar niet in verwachting!"
Nu veranderde dokter van stijl. Hij probeerde haar niet meer af te bluffen en schudde bedroefd het hoofd. "Het recht van de sterkste dus... Zoals onder Hitler? Uw baby'tsje vermoorden? Mevrouw, ik denk er niet over om u te verwijzen. Het ziekenhuis is geen abortoir!"
Opeens voelde Ira zich krachteloos. De dokter had haar zwakke plek gevonden. Hij speelde nu een gekwetste ouder, die zó zijn best deed maar stank voor dank ontving.
"Weet u wel dat een abortus complicaties kan opleveren bij uw volgende zwangerschap?"
De dokter had er zelf zeven. Een stemmetje in zijn onbewuste riep natuurlijk: "Oók! Oók!"
Hitchcock kwam ter wereld. En Ira's echtgenoot pakte zijn biezen. Smachtend blikt de peuter naar zijn bordje sinaasappel, maar Penny kijkt getreiterd. "Waarom lust je niet?" wil Ellen weten. "Zèlf doen!" Penny wil eigenhandig een sinaasappel schoonmaken. Ellen geeft haar een nieuwe mandarijn.
"Zèlf!" klinkt het ook vanuit de kinderstoel van Hitchcock.
De bel rinkelt.
Een taxi brengt Ellen's buurvrouw weer thuis. Uit de abortuskliniek. Ze was namelijk ten derde male zwanger geworden. Na het uitkotsen van de pil. En toen dacht ze: "Zèlf!"
Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. In de abortuskliniek liep ze haar huisarts weer tegen het lijf. Die was naar het abortoir gekomen om zijn dochter op te halen.
WIM HEINS