DE BINNENSTE UI (1990)
KKE
LIJD AAN PMS.
Pré Menstrueel Syndroom.
Ikke bèn een PMS. Ik heb dan ook de ziekte in. Zondag ben ik met mijn ouders mee
geweest voor de jaarlijkse visite aan mijn broer Pim. Toen we uitstapte kon hij
meteen aan mijn genaaide gezichtsuitdrukking aflezen wat ik vandaag meebracht:
PMS.
"Lust het spul koffie?" nam Pim als een opgeruimde hopman het voortouw. "Nee DIT niet," haakte ik in.
"Goh, wat kan je hier toch ver kijken!" zei Pa voor het tuimelraam.
En ik: "Nou ik vind dat je wel een erg somber uitzicht hebt hoor met die donderwolken." Pim had sterrenmixthee voor me gezet toen ik terug kwam van het toilet, amper bij kennis en bedwelmd door de reactie van zijn WC-chloor met mijn lichaamseigen sappen.
Waar moesten we over spreken? Ik nam een boek van zijn plank en vroeg of dit de Don Juan van Carlos Castaneda was. "Nee maar wat jij bedoelt heb ik ook," zei Pim welwillend.
"O ja, heb je dat dan van mij gepikt?"
"Nee van Frits."
"Maar jij hebt wel de Kama Soetra van me gepikt want die ben ik kwijt." Hij schonk nieuwe thee voor me in. "Het standaardwerk der hindoe-erotiek," doceerde hij, "goeddeels gevuld met voorwoorden. Dat heb ik zelf bij de boekenclub gekocht heel lang geleden." "Nietwaar je liegt." "Ik had de Kama Soetra al voordat jij droog was achter je oren." Hij zette mijn thee klaar, keek op me neer en zocht mijn duivelinne-oortjes, die echter schuilgingen achter houtblonde krullen. Ik herhaalde op een zelfgenoegzaam constaterende toon: "Je liegt, je hebt hem wel degelijk van mij gepikt." Hij liet het voorval passeren hoewel het hem zoals ik waarnam bevreemdde en stak.
"Gatverdamme!" riep ik, "wat is dat?" "Dat is dezelfde thee als zojuist nu alleen iets sterker." Toen hij rond ging met koek vroeg ik of ik er twee mocht. Ik pakte er nog twee extra. Pim vroeg aanpapperig met de trommel onder mijn gezicht of ik er nog meer wou. Zogenaamd gekscherend onder-ons, om mijn humeur te sussen.
Pim stelde voor naar de hut voor vogelobservatie te rijden. Op een toon van dat hadden we niet afgesproken maakte ik duidelijk: "Ja maar zonder een heel end te moeten lopen, hoor je dat?" "Nee het is tot de dijk en dan nog dertig meter."
Pim wist hier de weg en mocht rijden. Op het pad naar de schuilhut liep ik stroef gearmd met Ma. "Het is helemaal geen twintig meter. Dus dat was óók gelogen."
Pa en Pim draaiden nog steeds op de toer alsof het van mijn kant geintjes waren. In de hut hielden Ma en ik ons kritisch-melig afzijdig. Ma had al vaak genoeg tabak gehad van natuurkijken en ontluchtte jegens mij gevoelens van onverschilligheid ten aanzien van pluimvee. Pim opende in de hut een soort schietgaten en gluurde door een telescoop naar schamele, ook zonder bunker afdoende bestudeerbare futen. Hij draaide zijn hoofd van de verrekijker naar binnen en schreewde: "Ja ik doe maar even serieus, dan krijgen we een beetje contrast!" Op deze humor werd door ons niet ingegaan. Als vrouwen hadden we het druk met een nerveus gesmaal en geklaag over het tochtige, reeds te lang durende vogelkundige veldwerk. Ik kon in deze vorm heel wat ongenoegen kwijt.
Toen we weer in de auto zaten maar nog stil stonden begon Pa op luttele voertuigen te wijzen welke stapvoets manoeuvreerden op aangrenzende ventwegen - alsof Pim opeens stekeblind was of zich zojuist te pletter had gezopen. "Ja zeg, ik heb al, hoeveel is het, twintig jaar mijn rijbewijs." "Dat zegt niks!" bitste ik.
"Goh jij weet hier goed de weg Pim!" zei Ma.
Er stond een bord 'doodlopend'. "Nee dat gaat niet verder dacht je ook niet?" hield ik hem voor.
"Vind jij het leuk om naar het vliegveld te gaan Wilma?" vroeg Ma. Ik zei zakelijk ja als iemand die van zichzelf weet dat ze het leuk vindt maar zonder dat dit door mag klinken. Pim reed tot voor de hangars en zette de Lada schuin weg, waarop hij besloot eigenlijk wel nog dichter bij te kunnen parkeren. Om weer achteruit te rijden trok hij de versnellingshendel naar boven en rukte daarbij het balvormige handvat er vanaf. Ik verbaasde me over de luidheid waarmee ik lachte, zonder dat het eigenlijk echt als een spontane lach voelde en zonder dat er echt plezier in klonk.
Toen ik er niet voor wilde poseren fotografeerde Pa een klein vliegtuig dan maar zonder mij. De stemming was: wat doen we in godsnaam op deze locatie dus we gingen weer naar de Lada.
Ik zei dat ik eigenlijk patat wou eten, alleen ik deed het niet omdat we in een Vegetarisch Restaurant gingen eten.
Bij de auto verklaarde Pim als ik te veel honger kreeg dat ik dan wel bij hem een voorlopig klein hapje kon nuttigen. Verbiedend snauwde ik: "Nou kom zeg doe die deur open want ik sta te bevriezen!"
Nu was het in zijn hoofd kennelijk tijd voor het omdraaien van de zoutloper. "Goh wat een humeur heb jij. Doe een beetje normaal!"
We reden zwijgend naar zijn huis.
Er ontstond nu een impasse, beheerst door de angst dat de dag in een ruziesfeer ging eindigen en dat dit feit gedurende het jaar dat ik als ontwikkelingswerkster naar de Derde Wereld ging, duchtig zou blijven knagen.
"Je gedraagt je vandaag of we allemaal naar stront ruiken!" riep Pim. Pa bood aan me naar het station te rijden. Ma spartelde tegen: "Kan Wilma voor die ene keer dat we hier zijn nou niet eens gewoon gezellig doen, op haar tweeëndertigste?"
Pa liet weten het komende jaar ook liever een gezellige herinnering aan mij te willen bewaren. Ik zat in mezelf gekeerd op de bank en voelde me een getarte tiener. Ma vervolgde: "Juist nu ik net uit het ziekenhuis ben." Ik zuchtte getergd zo van: "Dat heeft er niks mee te maken." "Ik vind het niet leuk dat er op me wordt afgereageerd," zei Pim. Pa legde verband met Ma's ziekte. "O heb ik al een stuk psychosomatiek op mijn geweten?" riep ik. Het ging een half uur door. Pim haalde groenten uit de koelkast en deed ze er weer in toen de animo voor zelfbereid voer taande. Het werd zes uur, dus nog een uur.
Ik deelde mee dat het mij vandaag niet uit kwam om te blijven eten. "Wat moet je thuis nou nog doen?" viel Ma uit.
"Zeg dan wat er is!" schalde mijn broer. Pa zei geen zin te hebben om op die manier besluiteloos door te gaan.
"Als ik in jouw positie zat," stelde Pim, "dan zou ik me erg ongelukkig en machteloos voelen." Ik zei dat ik me klote voelde. En dat ik me herhaaldelijk had voorgenomen ermee op te houden maar dat het niet lukte. Dat het me speet zoals de dag eronder leed. Maar dat ik het niet van me af kon zetten. Omdat er steeds kleine dingen waren die me het gevoel gaven dat ik ergens toe werd gedwongen.
Mijn ogen werden natter en toen ik huilde ging Pim naast me zitten met zijn arm om me heen. "Huil maar lekker schat."
Ik voelde me een crèchekind op de nee-leeftijd. Hij aaide mijn krullen. Daarna regelde hij tissues. Pa zat diep gebogen op het hoekje van de bank. Ik keek in de spiegel. Mijn ogen zagen eruit als een sloot in de lente na een vorstnacht. In strijd met de huisregels stak ik een peuk op.
Pa ging wandelen. Zoals ik smog nodig had ging hij wat frisse lucht voor zijn longen scheppen, zei hij, nu er kennelijk geen oplossing in zicht was.
"Maar dit IS de oplossing," riep Pim eurekisch. En toen Pa weg was: "Die snapt niet hoe dat werkt." "Ach," zei Ma, "waarom altijd blijven zeggen dat hij niet snapt hoe het werkt?"
"Lekker roken," zei ik triomfantelijk met nat gezicht.
Afgemat stapte we na het Vegetarisch eten in de Lada.
Pim zei tegen Ma: "Take it easy, keep it cool."
Onderweg hebben we gezwegen, want ikke ben een PMS.
WILMA HEINS
Terug naar Verhalenoverzicht