Terug naar Verhalenoverzicht

DE OERHOER (1979)

ORPORAAL PAULUS, 22 jaar, gaat rondom het Oude Kerksplein naar de Amsterdamse Wilde Vrouwen. Een eerste schemer, ijl zwart gas, omvloeit egaal de rode lampen. Lichtschijnsels glimmen op uit de vochtige weg.

Om de hoek, vlak achter het glas, vanuit een gitzwart plooirokje liggen twee gladde, schrijnend blote dijen uitnodigend naar Paulus toe. Zij zijn van de laatste Wilde Vrouw die hij bezoeken gaat. De korporaal kan haar brutale, ongenaakbare blik niet eens velen en trekt met zijn gezicht zoals vroeger wanneer één van zijn beide vaders naar hem uithaalde. Maar wat zullen we nú beleven? Dàtgene waar die grauwe stoet schutterige hengsten uit armoede door aangetrokken wordt, daar zou híj, de korporaal, bijna voor terugschrikken??! Paulus blikt de vrouw weer aan, gaat haar optrek binnen en plaatst zonder verder overleg het laatste kerststukje uit zijn mand op de lage vensterbank. Sparretakken, netelige hulst, rode bessen en een slanke lila kaars.

"Namens het Goodwill Centrum!" lacht hij. Wilde Vrouwen en Betaalde Meisjes slikken en pikken alles van het Leger des Heils. "God heeft de vrouw niet geschapen om met mannen naar bed te gaan," verklaart hij openhartig. Vervolgens bemerkt hij hoe zijn mond op stellige toon verder praat, terwijl de felle grijze ogen van de vrouw verward naar herkenningspunten zoeken. "En als je wat nodig hebt," roept Paulus, "dan kom je maar."

Met een lege mand en, naar hij aanneemt, een vol hart, verlaat hij haar stek en beschrijft een laatste ommegang rondom de Oude Kerk. Overal waar de gordijnen gesloten zijn, denkt Paulus, geeft men toe aan het verkeerde, ziekelijke verlangen naar het andere geslacht. "De heterofilie is een zweer in de maatschappij," zei Alida Bosshardt eens op de TV. Nog diezelfde avond vond men haar al weer collecterend in het C.O.C., het Centrum voor Ongelijkslachtige Communicatie. Dat gaf uiteraard te denken, alleen: Paulus dééd het niet.

Bij de ramen met gesloten gordijnen houdt de korporaal zijn gang wat in om zijn silhouet wat langer te kunnen gadeslaan in het glas. Die ontzagwekkende pet met die donkerrode band er omheen is toch maar een belangrijk stukje herkenbaarheid, al gebruikt het Rode Leger dezelfde petten. Stel je voor, nu is hij nog gewoon korporaal. En terwijl hij de vrouwen aan de zelfkant bezoekt, wat liefde brengt en hopelijk ook een beetje moraal, heeft niemand in de gaten dat hij, Paulus, later misschien wel Territoriaal Commandant zal zijn.

Aldus in zichzelf smoezend bereikt de korporaal nummer 14 en bestijgt de trap van het chauvinistische Goodwill Centrum, het oudste stenen huis van Amsterdam. In de gevel staat het parmantige reliëf: "Homo sum, humani nihil a me alienum puto."

Om negen uur moet Paulus met het Goodwill Korps de buurt weer in en vòòr die tijd wil hij het Kerstfeestrapport van het Wallen Detachement aftypen. Bladzij 3 zit nog in de machine. Hij was bezig post 13 te specificeren. Dat is dan f.1532,45 voor folders, liederenblaadjes en prostitutiekerststukjes. Nog f.860,17 voor de ingesloten politiebureaus en post 13 komt ruim uit op de minimaal vereiste 60% van het netto totaal generaal.

Wie ìs deze ambitieuze korporaal eigenlijk? Paulus weet er zelf niets van, maar hij werd een maand te vroeg verwekt. Dat gebeurde toen één van zijn beide vaders in het Rotterdamse Oenendrecht, op ziekenbezoek was bij een soldate uit Muziekkorps 3 - juist op een avond dat haar echtgenote weg was om te repeteren. Paulus' wekvader en baarmoeder waren erg amicaal geworden. Toen de vrouw haar dokter bleef verzekeren van niets te weten, besloot deze onthutst en knorrig: "Nou, dàn zet ik een "S" op uw kaart, van Schijnzwangerschap. En die zal zich over negen maanden dus ontladen in een schijngeboorte zodat u moeder wordt van een schijngestalte."

Een maand later besloten de vaders van Paulus dat hun huwelijk nu lang genoeg kinderloos was geweest. Ze wilden een zoon. Aangezien het andere echtpaar toevalligerwijze hetzelfde verlangen was gaan koesteren, maar dan uiteraard naar een dochter, verklaarden de vrouwen zich bereid om de rol van baarmoeders op zich te nemen. Gelukkig werden beiden al na één bevruchtingspoging zwanger. Een jongetje, Paulus, kwam vier weken te vroeg ter wereld, gelooft hij nu nog steeds. Op een avond, juist toen zijn moeder hem in haar armen hield en zijn hoofdje - met haar rechter hand op zijn linker wang - tegen haar grote borsten drukte, belde Paulus' wekvader aan om hem op te eisen. Het kind van de andere baarmoeder was een meisje en bleef dus achter bij het vrouwelijke paar.

Als Jongsoldaat droeg hij zijn rode bloes met de "S" op de kraag en leerde althoorn spelen bij de Jeugdzangcompagnie. Na z'n twintigste wierp hij zich op de heterofiliebestrijding, inzonderheid het werk onder vrouwen die hun ziekte publiekelijk verkochten. Paulus werd penningmeester bij het Wallen Detachement. En nu is het bij negenen. "Kòm je Paul?!" Dat is Johan, de verloofde van Paulus, die prat gaat op zijn sprekende gelijkenis met stripfiguur Kuifje. Hij legt z'n arm even om Paulus' schouders en werpt een blik op de Kerstfeestrapporten. "Onze homo economicus zit weer te cijferen!" Johan's diepliggende bruine ogen kijken vaderlijk neer. "Dat kan in januari ook nog! De buurt wacht op ons!"

Even later trekt de stoet parmantig en ongegeneerd om de Oude Kerk heen. Hoewel Paulus de blijmoedige Legergeest tracht weer te geven, voelt hij zich weemoedig worden van zijn eigen althoorn en gaat steeds huileriger blazen. Schokkerig marcherend schuift men de Sint Annendwarsstraat in. Naast een kleine sexclub met een rij rode lampjes boven het front ziet Paulus het raam van een Wilde Vrouw met gulle welvingen.

De stoet houdt halt.

Hoewel er zich niemand anders ophoudt in de nevelige steeg wil een magere heilssoldate die sterk doet denken aan een spermatozo, toch gaan getuigen. Met hese overslaande stem begint ze zichzelf te overschreeuwen.

Er wandelt een prostituant de steeg in met een Harry Mulisch bril, de handen losjes op de rug. "Mag ik u één van onze publikaties aanbieden?" vraagt Paulus. "Hahaha!" lacht de man hartelijk. En Paulus: "Spreekt u Nederlands?" En de man: "Hahaha!! Een publikatie!!? Een overjarig opgewarmd christelijk kliekje zal je bedoelen. Een Slijmkreet!" "Aan beledigingen zijn we gewend!" roept Paulus vrolijk. En de man: "Natuurlijk, je moet er zó een draai aan geven dat het niet meer pijnlijk voor je magere ego is. Want wat er aan heilssoldaten namelijk ontbreekt dat is persoonlijkheid. Vandaar de "S" van Schijn! Maar God is dood en de kerk zijn kist. Kijk maar naar de hoge toren voor zijn lange tenen! Dus mocht je toevallig bij die vijf procent Nederlandse heterofielen thuishoren, kom daar dan maar voor uit want als je niet meer in de hel gelooft dan kom je er ook niet in! Tabé, geldmaarschalk!"

Met deze woorden begeeft de passant zich naar de Wilde Vrouw, die onmiddellijk haar gordijnen sluit. Er beginnen sneeuwvlokken te valen.

In de weken die volgen ligt Paulus lang wakker. Woelend. Zijn hele leven heeft hij achter jongens aangezeten, jongens, jongens. Toch voelde hij zich altijd zo alléén. Het onalledaagse gevoel waar hij op uit was kwam nooit echt. Paulus draait zich weer eens om. Eigenlijk hebben heterofiele meisjes iets anders in hun oogopslag dan gewone vrouwen. Ze houden zijn blik als het ware langer vast, kijken met veel meer... waardering naar hem. Waar is hij dan nog bang voor? Misschien wel dat hij zichzelf knollen voor citroenen aan het verkopen is. Dodelijk veilige surrogaten voor meisjes!

Op Hemelvaartsdag wandelt Paulus de Betaalde Meisjes buurt weer in. Zonder het verhullende uniform. En met de handen in de zakken: ze moeten warm zijn. Bovenin de Oude Kerk vangt een schuchter ingetogen klokspel aan. Paulus wandelt alleen op de wereld langs dichtgespijkerde etalages.

Daar zit ze, speciaal voor hèm! Een bruine vrouw van melkchocolade. Tastend, met open schaamteloze blik, kijkt Paulus toe. Haar wachtende aanwezigheid bonst in zijn borstkas als hij verder loopt. Geen twijfel mogelijk: hij draait zich om en gaat naar binnen. "Vijftig gulden voor één nummertje," slikt ze half in. Als Paulus toestemt gaat ze hem voor naar een achterkamer met gedempt licht en afgedankt meubilair. Even later zitten ze beiden naakt op de badhanddoek die over het bed ligt. Het heterosexuele meisje ontrolt bedreven een condoom. Ritmisch bewegen haar vingertjes het vederlichte materiaal. Met grote glanzende ogen en glimlachende mond kijkt Paulus naar de brede wipneus en de genotzuchtig uitziende zuidzeelippen, die hij nu de zijne waant. Hij gaat kleine kusjes geven op haar bruine huid die egaal gaaf is. Haar ontkroeste zwarte haar ruikt gewassen.

Paulus drukt haar hoofd - met zijn rechter hand op haar linker wang - tegen z'n grote borstspier aan. "Zeg snoet, zullen we het proberen?" murmelt ze. Maar Paulus hoeft niet bij haar naar binnen. Het schouwspel schenkt hem reeds een gloed van dankbaarheid. Even later scheurt ze papier af van een keukenrol, neemt het condoom met levend water weg, wast haar handen, kamt haar haren.

Met een gevoel van liefde voor alle prostituées, maar dan ècht en niet vanuit het Evangelie, wandelt hij de Betaalde Meisjes buurt weer uit. Zó iets eenvoudigs is het dus, zó iets natuurlijks.

Nadat Paulus thuis zijn vaders een zoen heeft gegeven moet hij zich heimelijk rotlachen. Als ze eens wisten dat diezelfde mond nog geen uur geleden...

"Ik heb een verrassing voor je Paul!" zegt z'n wekvader. "Kapitein Peuzelbrood wordt overgeplaatst naar Roodeschool. Jij en Johan kunnen volgende maand het hele pand krijgen." En met een lachje: "Ga maar eens gauw in ondertrouw!" Paulus slikt. "Jullie uitzet sorteren we wel uit de giften, samen met de luitenant." "Ja maar-" stottert Paulus, "misschien leidt de huwelijkse staat bij mij wel tot gestuwde haat!" Vader moet lachen. Paulus gaat zitten en verpakt zich in de krant. Hardop leest z'n andere vader een kop van de voorkant: "Gezinsreductiekaart N.S. nu ook voor heterofiele paren... Nou nou, tja, hetero's zijn tenslotte ook naasten hè, al zijn ze ook van de verkeerde kant." Paulus' wekvader maakt evenwel een grillige onwillekeurige beweging. "Zulke maatregelen verschaffen de heterofiel alleen maar een makkelijk excuus!" briest hij. "Dat dwangmatige verlangen naar het andere geslacht is ziekelijk en zondig!"

Paulus: "Ja òf ziekelijk, òf zondig!" Zowel driftig als amechtig klinkt het: "Adam en Jezus waren normaal homosexueel, net als de apostel Paulus." Vlak achter het vlies van de grote witte ogen flikkert een wereld van razend verwijt. Met loden stem wordt er nog aan toe gevoegd: "Behalve natuurlijk toen Paulus nog Saulus heette, toen leefde hij in zonde."

Wat wenst vader hem liever toe? Kanker of heterofilie? Paulus gooit de krant neer en loopt naar z'n kamer. Op het lege etiket van een lila dictaatcahier vult hij met kleine groene viltstiftlettertjes zijn naam in: Saulus.

En links bovenaan op de eerste bladzij: "Ik ben heterofiel - wat nu?"

WIM HEINS

Terug naar Verhalenoverzicht