Terug naar Verhalenoverzicht

SINT NICOLAAS EN HET OSIRISTARWE (1992)

INT NICOLAAS voelt de vibraties van de machinekamer bij het aanmeren van de Stoomboot doordringen tot het zitvlak van zijn eenvoudige klapstoel in de commandohut.

Op zee klonk dat motorgestamp als achtergrondstilte. Nu men luid sissend de stoommachine tot zwijgen brengt, doemt er een diepere geruisloosheid op die de equipage met stomheid slaat.

De bisschop stoot een schuifraam open. Een koele lucht van teer en touw beurt zijn neusvleugels op. De stilte is zo luid dat zijn gesnuif ertegen versterft. Vanonder statige wenkbrauwen vorst de Sint door de nevels heen. Sinaasappelkisten, huisvuil en rottende uien liggen als bevroren in de taaie waterspiegel. Ginds gaapt een kade die voorheen zwart stond van zwaaiend publiek. En nergens vandaan waaieren oeroude melodieën van een straffe fanfare vol bas en kopergalm.

"Caramba!" brult de bisschop. De stookpieten stommelen naar boven en schelden zoals betaamt. "Varende doodskist is in verkeerde land! Wij weken lang geroosterd voor nada!" "Koppen dicht en loopplank uit!" beveelt de goedheiligman.

Men debarkeert en staat oog in oog met een handvol vuilnisbakkenrapers. "Hij brèngt ons Sint Nìcolaas..." wordt er gejoeld, "...die dood is gegaan!" Een bejaard junkmeisje met sneeuwwit haar en de blos van een mummie bedelt assertief: "Sinterklaas krijgen we vast sigaretten waarmee je kan roken onder de douche?"

"Maar kind, natúúrlijk. Waar zijn de anderen?" "Harder!" schreeuwt een zwerfjongen zonder merkschoenen met de poptelefoon van een walkman onder zijn trendpet. "Sinterklaas bestáát niet!" zaagt een hardcore kaalkopje in een lifestyle trainingspak, de middelvinger omhoog. "Mijn God," prevelt de heilige, "als dat gabbertje gaat hakken dan vallen er nog spaanders..." En met stemverheffing: "Piet geef ze sigaretten en chocolaria!"

Uitgestorven ligt de stad in haar damp. Reeds overal springen kerstbomen met elektronische flikkerkaarsen gejaagd aan en uit.

Kennelijk op drift dankzij het kouwen van paddestoelen komt een bebaarde man met paardestaart naar buiten rennen die Sint en Pieten vragend monstert, tenslotte bekennend: "Ik heb steeds het gevoel in mijn hoofd dat er wordt áángebeld!" "Zeker, beste man," stelt de Sint hem gerust, "wij komen voor u." Binnen zet de kunstenaar een printer stop die zijn schilderijen neerverft in de stijl van graffitospuiters. "Maakt u replica?" informeert de goedheiligman. "Nogal wiedes, wie heeft er nou kiemkracht voor wat nieuws?" En bedenkelijk fronsend een wijnfles ontkurkend: "Ik zal mijn schoen wel zetten voor inspiratie. Of is dat ook al gokken op de pof?"

In zijn ogen fonkelt even innerlijke adel zoals de zon een seconde blikkert in een golf.

"Maar meester beeldenaar," spreekt gedempt de Sint, "verlangen uw opdrachtgevers dan geen kunst met een hemelkiem?"

"Om naar de hemel te verlangen moet je er al een glimp van hebben, hoogmogende. Wat komt u zèlf per slot hier doen met uw scheepslading aan snuisterij? We hebben toch alles al dubbel."

Sint Nicolaas krabt in zijn baard. "Bij Neptunus, u hebt gelijk. Pedro Cybernetica, bunker brandstof en water."

Op de voorste kameel rijdt Sint Nicolaas met zonnebril; achter hem in het konvooi geven Zwarte Pieten af op de stille dominantie der woestijn.

De karavaanleider van een tegemoetkomende stam roept uit: "Vrede met u, wij komen van de oase Faijûm." De Sint gebaart achterom: "En wij van de dorpen Sakkâra en Mitrahîna." "Salaam aleikum," luidt het antwoord, "Moge het mysterie u tot feest zijn in het uur van uw dood."

Een dag later arriveren Sint en knechten bij de pyramide van koning Djoser en sjokken langs een rij zuilen uitgehakt als bundels riet. "Stop met kankeren Pedro Cybernetica," commandeert de Sint, "en voel je een holle bamboestengel. Doe wat ik zeg: voel je de ruimte binnen een baarmoeder waar zaad landt en kiemkracht ontspringt! Fakkels in de aanslag! Vuur!"

Langs een touw daalt men af in de schacht.

Onder de pyramide aan het eind van een gang doemt plots een fakir op, bebaard en bij nader inzien met een paardestaart.

"Hallo Sinterklaas!" roept de vreemdeling, "u bracht me op het idee om óók naar Egypte te gaan. Wat een inspirerende reliëfs en sculpturen van Osiris!" "Geen tijd waarde vriend," gebaart kort de Sint, opent een marmeren kist en zeeft met zijn vingers door korrels graan. "Dit is oertarwe heren. Caramba! Wat een kiemkracht! Kom aan, zakken vullen, de tijd dringt."

Een paar weken later tijdens een heldere, maanverlichte nacht bezorgt Sint Nicolaas met zijn dakpersoneel overal een dosis oertarwe gemodificeerd tot borrelwokkels. "Waarom Nederland ons volgend jaar wèl binnenhalen capitano?" werpt Pedro Cybernetica schouderophalend op. "Ja het verlangen om tegelijk uìt en thuis te zijn," verklaart de Sint, "nostalgie naar het nest en heimwee naar de hemel..." "Kan capitano misschien in Spaans uitleggen?" "Zeker, het onveranderlijke in het veranderlijke, Pedro, dat is de binnenste ui."

Bij zonsopgang worstelt de Stoomboot zich schurend over winkelwagens in een drab van illegaal gestort afval door de havenmond en kiest de zee.

WIM HEINS

Terug naar Verhalenoverzicht