Terug naar Verhalenoverzicht

DRUIVENSAP EN RIJPE VROUWEN (1979)


AG ik eigenlijk ik even uitleggen wat ik onder een erotisch kristallisatie-object versta?
Dat is een man of een vrouw die in kroegen en praathuizen de eigen geestelijke handicaps zit te demonstreren en daarmee voor de oneffenheid zorgt, waarop er tussen jou en een liefdesprooi iets begint uit te kristalliseren.
Mag ik dit uitleggen?

Zaterdagavond zat ik op de Singel aan een tafeltje in Hotel De Gouden Aap. Met dorstige ontroering blikte ik steeds opzij naar de prachtige vrouw, vanwege haar majestueuze mond met de wegslijtende rode vlekken en vanwege de roetzwarte shadow, die weids om haar grote bewuste ogen heen spatte - tot op haar slapen. Mathilde was de naam en de leeftijd ongeveer vijftig.

Tegenover ons aan het zelfde tafeltje zat een echt kristallisatie-object: Quirinia, even oud, met een uitdijende blauwe hoed op het hoofd. Wilt u geloven dat dit object reeds zeven uur onafgebroken zat door te drinken, zonder ook maar één enkel bezoek aan de lavabo? Ik wenkte de ober en bestelde ons zoveelste druivesap. "Menstruatiebloed kwam volgens mij uit de blaas!" kwetterde Quirinia. "Mijn man noemde me Queentje. En als ik me 's avonds uit wou kleden dan zei hij: Queentje, ik draai me wel even om hoor."

Het lange haar van mijn prooidier Mathilde was een erotische magneet en trok aan mijn blik. Boven haar hoge voorhoofd lichtte staalgrijze uitgroei op. Houtblond geverfd kringelde het langs haar wangen. Ik kon mijn prooidier helaas niet onafgebroken aanstaren want nog steeds was Quirinia aan het woord: "Vlak voor zijn dood zei mijn man nog: Queentje, je krijgt van mij een kristallen kroon. Later heb ik wel begrepen dat hij ontiegelijk veel tekort moet zijn gekomen!"

De oogbollen van het kristallisatieobject - grote matgrijze stuiters - gaven een flets licht af en bewogen gering. Liefdeloos sloeg ik haar gade. Maar ondanks mijn kille, zure vijandigheid had ik te zorgen dat Mathilde, naast me, geroerd zou worden door mijn levenskennis en gemoedswarmte. Het ging er om diepe indruk op haar te maken met doortastende vragen en atoomzuivere raadgevingen die ik over het kristallisatieobject wilde uitkieperen. Het dunne vel dat geheel over Q.'s korte wimpers was gezakt gaf de ogen van het object messcherpe randen. Onder de dominante blauwe hoed geleek haar constitutie mij des te zwakker. Kon ik haar maar wegsturen met een fles Pleegzuster Bloedwijn.

Ik wierp een slok druivesap naar binnen en informeerde: "Maar wat stond u dan zo tégen in al de mannen die u deze elf jaar hebt afgekeurd?" "Dat ze niet op Zwerus leken!" kefte Q. en staarde me aan.

"Mijn man heeft nooit geklaagd over sexualiteit!" klokte ze tegen Mathilde. "Tegenwoordig is de sex een vorm van broodbeleg! Dat is het andere uiterste! Ik zou woedend worden als mijn onderhuurster allerhande kerels op die zolderkamer haalde."

"Pardon mevrouw," onderbrak ik, "u maakt een kleine denkfout. Sex is geen brood-beleg, maar brood."

Mag ik nu eerst even uitleggen hoe Mathilde en ik eigenlijk in deze luistermarathon verzeild raakten?

ZEVEN UUR TEVOREN

In Hotel De Gouden Aap was een zaaltje afgehuurd door de papenvereniging BBB (Bicht, Boet en Bid). De leden bestaan uit ijsheiligen en nonnen. Deze laatste haremvrouwen deelden folders uit met een pleidooi voor invoering van treincoupé's niet vloeken.

Zelf was ik alleen maar door de regen komen opdagen in de naïeve veronderstelling dat Boogaard Banen Bureau er zou optreden. "Ongebonden Jobs", beloofde de advertentie namelijk. Naar ik pas achteraf begreep had deze blikvanger betrekking op een losbladige uitgave van het bijbelboek Job.

Ik koos een stoel en keek om me heen. Het was er koud. Eventjes waande ik me zelfs onder de zeespiegel. Er arriveerde namelijk een kwal met een uitdijende blauwe hoed. Het mens ging op de voorste rij zitten. Na tien minuten begon de voorzitter: "Onze redenaar laat op zich wachten. Ik stel voor dat de geïnteresseerden daar nog even mee doorgaan."

Alles goed en wel maar ik heette geen Job en mijn geduld was al op. In dit rariteitenkabinet was ik duidelijk verkeerd. Ik besloot me te verwijderen. Ineens weerklonk er achter me een vitale vrouwestem: "Voor de geïnteresseerden heb ik inmiddels iets om over na te denken. Als de vrouwelijke bidsprinkhaan wil paren, dan bijt ze het mannelijk dier de kop af, wist u dat? Zou dat nou betekenen dat sexuele remmingen bij mannen alleen in het hoofd zetelen?"

Opgetogen draaide ik me om. "Allerschunnigst!" stamelde een paalworm met kleverig mondje. "Honds en schokkend," meende één der andere fossielen. De brutale lady droeg een maxi-jurk van roodpaars satijn en haren tot op de heupen. Ze had ogen waar het zwartsel vanaf spatte. De slordig rose geschilderde mond en de vlezige ongepolijste gezichtshuid lieten met medische snelheid door mijn brein flitsen: I want you I want you I want you!

De deur schoot open. Er rende een bezwete man met een aktentas binnen die begon te fulmineren in het oor van de voorzitter. Uit zijn gebaren kon ik wel ongeveer afleiden hoeveel treinen hij had gemist en hoeveel bruggen er open waren geweest. Onze voorzitter kondigde aan: "De journalist W.C.Heeren houdt nu een rede over het geduld van Job."

Na afloop waadde mijn victime d'amour als een pauw naar voren en raakte verwikkeld in een discussie over de opkomst van de vrouwvriendelijke samenleving. Ik ging er bij staan en keek ernaar. In het vuur van haar argumentatie danste het dikke gordijn van houtblonde haren over haar schouders. Plotseling trapte ze per ongeluk op mijn voet. Dat was het grondnulpunt. Ik vloeide over van duizendvoudige vergevingsgezindheid. Ze glimlachte beleefd met geraffineerde rimpeltjes. Er steeg een tintelende gloed op van mijn middenrif naar mijn hoofd.

Ik kan dit uitleggen.

"Wijn moet oud zijn," beweert het bijgeloof, "maar vrouwen jong." In werkelijkheid is druivesap veel gezonder en maagdenbloed dat spreidt zo breed. Daar komt bij dat rijpe vrouwen tegenspel bieden vanuit een confortabele levenservaring! Ik voelde een onalledaags vertrouwen en besloot de beauty aan te spreken.

Maar nu kwam dat mens met die kwallehoed er ineens bij staan en begon omstandig tegen de schoonheid te kwezelen - over de eenzaamheid, waarin haar leven was gedompeld. Thans moest ik me aan beiden tegelijk opdringen! De doorn in haar ziel was snel gevonden: een vastgelopen rouwproces. Daarop verplaatsten wij ons naar de restauratie van het hotel.

ZEVEN UUR LATER

"Sex is geen brood-belèg", zei ik tot Q., "maar bróód." Luisteren kon ze niet. Alleen associëren. "Van de week vroeg mijn zenuwarts: mevrouw, voelt u zich wel eens geil? Doodgemoedereerd! Nou vraag ik je, heeft zo een vent nog het recht om zich dokter te noemen?" Een trage golfrimpeling welde over haar voorhoofd naar boven, steeds hoger, deftiger, verwaander. "Laat hem dan libidineus zeggen!" riep ik ontevreden. "Voèlt u zich trouwens wel eens libiduneus?" "Moet ik me lubuduneus voelen bij mannen die een consumptieartikel in me zien? Eerst wil ik gééstelijk contact! Ik ben geen teef!"

Een ober ik ekstertenue startte de stereo. Onmiddellijk ontstond er in het etablissement een veld van uiterste bezinning. Het waren de gedresseerde geluidstrillingen bekend als Valse Triste van Sibelius. "Nog drie druivesap ekster!" riep ik. De kelner knikte eenzelvig.

Met welke verbluffende oplossing voor Q. kon ik toch de diepste indruk maken op die toverachtige Mathilde?? Ik begreep natuurlijk ook wel dat er met deze Q. helemaal geen geestelijk contact mogelijk was. Mathilde suggereerde: "Primo vivere, secundo philosophari." Het kleine pinnige mondje van Q. respondeerde: "Ben je getrouwd Mathilde? Niet dat ik nieuwsgierig ben. In tegendeel: ik wìl niet eens alles weten van andere mensen." "Getrouwd was ik nooit," antwoordde Mathilde onverschillig, met jonge haast jongensachtige stem. "Wat een verhouding betekent dat voel ik aan. Daar hoef ik geen contracten over af te sluiten. Trouwen zie ik als wantrouwen."

Het tafeltje schudde van mijn tevreden, laryngale gegrinnik. Ik hoef u niet uit te leggen waarom: omdat Q. nú toch wel eens zou gaan voelen dat ze ons níets te vertellen had. Nog even volhouden, dan gaf ze haar uitputtingsslag wel op. Dan had ze nuttig dienst gedaan als kristallisatieobject.

"Toen ik stewardess was," vervolgde Mathilde, "ging ik vaak met de trein het binnenland in om tempels te zoeken. Eén keer ben ik overvallen. Door een bende kerels. Die hebben me toch misbruikt en geslagen! En gemarteld en gefolterd!" Mathilde hapte snakkend naar lucht. Ik brak van medelijden en begeerte. Gefolterd! Met des te meer bekwaamheid verdiende deze schat dus gestreeld en getroost te worden! "Maar ik ben zo eenzaam," vervolgde ze, "met me verdriet en met me drift! Alle mannen van de wereld kunnen me woede niet dragen. Ze zijn het geslacht van uitbuiters en bovenbazen!" Ik voelde me vol warm vertrouwen. Mijn liefdesprooi trommelde hard met de vlakke hand op tafel en scandeerde: "Mannen zijn een geslacht van barbaren!"

Begripvol polste ik: "Jij bent zeker feministe hè Mathilde?" Voor ze kon reageren eiste het kristallisatieobject al weer de aandacht: "Waarom tutoyeer je haar wèl en mij niet? Kenden jullie elkaar eigenlijk al?" "Welnee!" riep Mathilde.

De ekster ging nu sluiten en wilde geld zien blinken. Op de rekening van Hotel De Gouden Aap stond f.45,= voor dertig glazen druivesap. "Mag ik jou een lift aanbieden?" vroeg Mathilde terwijl ik een betaalkaart uitschreef. Ik zette mijn handtekening en wilde "graag" zeggen. Maar toen gaf Quirínia dat antwoord opeens. Buiten gaven de dames me vriendelijk een handje. Innig koutend als gezworen vriendinnen verwijderden de twee zich langs de Singel.

Ik vond een staanplaats in de stampvolle zaterdagnachtbus met weeë rugpijn en een verstopt hoofd.

Moet ik u eigenlijk nog uitleggen dat niet Quirinia als kristallisatieobject heeft gefunctioneerd maar ondergetekende?

WIM HEINS

Terug naar Verhalenoverzicht