
SENTIMENTAL JOURNEY (1980)
LAAPDRONKEN slinger ik naar mijn
werk.
Vanmorgen heeft een wakkere dreumes nieuwsgierig honderd spuitbussen met mist leeggespoten. Nu zonnestralen de dichte nevels verzilveren is de sfeer sprookjesachtig. Je ziet het licht in de lucht hangen.
Bij mijn baas ontwaar ik opeens een groot laken met de golvende letters BEZET. Stakingsleiders zitten streng aan barricadetafeltjes, alsof ze toegangskaartjes verkopen. Maar personeel komt er vandaag niet in, verluidt het. Ik gaap voldaan. Alleen even naar de WC dan? Okee, toegestaan. Helaas, BEZET.
Het is verkwikkend in de natuur. Geen zweet maar nevel. Na een korte wandeling sta ik plotseling oog in oog met mijn vroegere kleuterschool. Daar ben ik lang niet geweest! Dat houten klimrek! Was dat vroeger niet groter? Vertederd open ik het toegangshek. Een paar vogels kwekken. Wat een rust.
Het is vakantie. Mijn vroegere lokaal staat vol attributen uit het straatbeeld: stoplichten, brievenbussen, verkeersborden. Bij klapraamkozijnen en deurkieren ruik ik dezelfde vertrouwde vloerwas als in vroeger jaren.
"Mag ik u eens vragen..." klinkt het nu vlak achter mijn rug. Ik draai me om. Een politieman met een stevig rond gezicht. "...wat u hier eigenlijk aan het doen bent??"
"Ik kijk een beetje rond!"
"U kijkt een beetje rond?"
Omdat de agent geduldig maar vorsend blijft zwijgen, krijg ik het gevoel er nog iets aan te moeten toevoegen. "Jeugdsentiment," maak ik duidelijk. Ik voel me verdacht, vooral omdat ik een andere kant op kijk, alsof er buiten het hek iets te zien zou zijn. "Ik maak zogezegd een sentimental journey naar mijn vroegere kleuterschool."
"U hebt hier op school gezeten?! Hoe oud bent u? O ja? Dan bent u even oud als ik. En dan hebben we dus in dezelfde klas gezeten."
"Zat u hier dan ook op school??"
De agent knikt langzaam. "Kunt u zich nog herinneren wie de hoofdleidster was in die tijd?" Nog voor de politieman zijn vraag heeft afgemaakt roep ik al: "Juffrouw Zurcher!"
"Inderdaad. Dat was juffrouw Zurcher." Nu is het mijn beurt om een vraag te stellen.
"Waarom wil u dat allemaal weten?"
"Waarom ik dat wil weten."
De agent begint aan zijn portofoon te frutselen. "Omdat hier de laatste tijd nogal ingebroken wordt! Door vandalen die speelgoed in het aquarium gooien. En als wijkagent houd ik daarom een extra oogje in het zeil. Om mijn collega's te waarschuwen als er verdachte figuren rondscharrelen. Eh... die deuren daar - dat was vroeger heel anders hè?!"
Het kan me niet schelen hoe verdacht hij me maakt. Ik vind zijn vragen veel te interessant. "Ja in plaats van die deuren was er een inham en deze zandbak was overdekt."
"In plaats van die deuren zat er een heel behoorlijke inham," verbetert hij. "Alles is hier ontzettend veranderd, ziet u wel?!"
"Vindt u?!" roep ik ontgoocheld. Want voor mijn nostalgie kan ik dat helemaal niet gebruiken. De politieman fronst zijn wenkbrauwen. "Ja vindt u dan van niet? Kijkt u hier eens naar binnen alstublieft." Hij imiteert met zijn rechter hand een pistool. Zijn gestrekte wijsvinger is gericht op het lokaal met de stadsattributen. "Als u hier op school gezeten hebt weet u zeker nog wel wie er in deze klas zat?"
"Ja, wij."
"De naam van de leidster bedoel ik!"
"O sorry, eh, dat was juffrouw Lagerwei."
"Hm hmm."
"En op die kastjes stond haar aquarium, weet u nog agent? Daar heeft een jongetje een keer een hele zak zout in leeggegooid. Dat gaf een enorme rel."
"Hmm... weet u ook de identiteit van dat jongetje?"
"Ramses heette hij."
"Inderdaad. Ramses. Maar heefdt dat jongetje Ramses zelf verteld dat hij een kilo zout in het aquarium had gegooid?"
"Nee hoor. Dat is verklapt."
"Door wie?"
"Door mij agent."
De blauwe ogen onder de pet kijken steeds feller. "Kunt u ook aangeven hoe precies?!"
"Nou ik zei tegen juffrouw Lagerwei: de vissen zwemmen vandaag op hun kop."
"Dus u was er niet getuige van geweest dat Ramses het zout..."
"Ik neem aan dat ze daar wel achter gekomen zijn!"
"Dat neem ik ook aan ja want Ramses had die morgen namelijk in het keukentje gespeeld. Met activerend materiaal, net zoals deze verkeersborden. Eigen mogelijkheden exploreren heet dat tegenwoordig."
"Vroeger heette dat kiezen," mompel ik.
"Ziet u wel hoeveel er veranderd is? Of ziet u het soms niet?"
"Ja maar... waren er die morgen dan geen andere verdachten in het keukentje?"
"Allemaal meisjes! Hoeveel jongens speelden er vroeger in een keukentje? Alleen degene die een kilo zout nodig had!"
"Hoe weet u dat?"
De politieman steekt zijn arm uit en drukt stevig mijn hand.
"Dat jongetje Ramses dat was ik. En u bent degene die me dat pak slaag hebt bezorgd. Ik twijfel er niet meer aan dat u hier op school hebt gezet. U kunt gaan. Gefeliciteerd!"
WIM HEINS