DE TANDWOLF (1979)
Naam: MIRRE AHORN.
Beroep: Huisvrouw.
Probleem: Hoe wordt ze hoofd van een uitzenbureau?
U EERST MAAR de piepers schillen.
Mirre draait het gas aan en zet een pan helder water op. Dan loopt ze naar de
kamer met de schillenbak en de aardappels en vilt de eerste knol. Waarom heeft
ze die pan water nou niet meegenomen? Waarom heeft ze hem op het gas gezet,
terwijl de aardappels nog niet eens van hun schil zijn ontdaan?!
Hoe minder ze nadenkt bij het huishouden, des te meer routinehandelingen er door elkaar worden gehusseld. Mirre sjokt zuchtend naar de keuken terug. Het water in de pan kookt nog niet. Ze voelt zich slofferig en moe. Hoeveel aardappels moet ze schillen bij bieten?
Haar man Max schept bij bieten altijd behoorlijk op, net als Marja-Rita. Zoon Wolfgang houdt niet van bieten, dus neemt hij ook weinig aardappels. Mirre probeert het goed te organiseren, maar meestal schilt ze toch te veel.
Al snijdend gaan haar gedachten weer naar de vorige avond. Ze had Max meegedeeld dat ze eigen geld wilde hebben en dus een eigen girorekening. "Dat zou erg onpraktisch wezen Mirre." Eigenlijk was Mirre een beetje bang voor Max. Dat hij haar een beetje dom vond voelde ze heus wel. Max Ahorn had zelf een zware studie volbracht in de makelaardij. Economie en bouwkunde en taxatieleer en rechten... Alles! Mirre stelde hem er wel eens nieuwsgierig vragen over, maar dan verzuchtte hij dat zij het met haar opleiding toch niet één twee drie zou kunnen snappen. Of hij glimlachte glunder alsof hij haar juist bijtijds doorzag. "Dat is beroepsgeheim Mirrekindje!" Ze wist dat het geen zin had om dan nog verder te vragen. Max had bij zijn beëdiging immers moeten zweren dat hij nooit geheimen zou verraden? Vooral als het om geldzaken ging voelde Mirre zich duidelijk zijn mindere. Ze had zelf alleen maar een HBS-diplomaatje. Vanzelfsprekend had ze wel even op haar stoel zitten draaien, voor ze gisteravond over een eigen girorekening begon.
Max Ahorn legde zijn vaktijdschrift bruusk op het bijzettafeltje en riep: "Maar we zijn toch in gemeenschap van goederen getrouwd!?" Daar had je weer zoïets. Wist ze maar wat meer van wetsartikelen af. Hij vervolgde: "En toen we trouwden hebben we toch afgesproken dat we alles samen zouden doen?!" (Ja maar toèntertijd geloofde ze ook nog in sprookjes).
Moeizaam begon ze: "Ik denk dat ik behoefte heb aan een zichtbaar bewijs van eigen identiteit..." "Maar Mirrekindje, ik hou toch van je!" (Dat woord Mirrekindje gebruikte hij doorgaans alleen als ze ongelijk had. Het maakte haar onzeker). "We zijn net vier weken in Italië geweest... Gisteren heb je nog van die dure parfum gekocht! Je leeft als een prinses! Wat wil je nou nog meer?!" (Ja wat wilde ze nou nog meer? Gewoon een beetje privacy. Over iedere girobetaalkaart die ze uitgaf zond de girodienst aan Max een dagrapport). "Ik snap werkelijk niet wat het probleem is!" (Dat ze zich op haar vingers gekeken voelde natuurlijk. En zijn volstrekte weigering om daar begrip voor op te brengen).
Hij keek haar vragend aan, overtuigd van zijn eerlijkheid. Mirre kreeg het gevoel of het bloed uit haar hoofd werd gezogen. Een soort rigor mortis verstijfde haar spraakorganen. Ze haalde zwakjes de schouders op. "Als je het dan niet zó begrijpt..." "Nee dat begrijp ik niet zo!" Een spottend lachje welde over zijn gezicht. Nu wist ze dat ze verloren had, en voelde zich schuldig, vervelend en beetgenomen. Max keek weer in zijn vaktijdschrift.
Gelukkig was hij niet nijdig geworden, denkt Mirre nu op dit moment boven haar piepers bij zichzelf. De pan is al eivol. Verdorie, toch weer te veel geschild. Ze denkt ook niet na bij wat ze doet! Maar die eigen girorekening die moet en zal ze krijgen. Rustig laten betijen en niet forceren. Net als de Mentawai's uit Indonesië zeggen: Moile Moile, langzaam langzaam. Mirre zet de pan in de keuken en denkt met tegenzin aan de vakantiewas, die nog op haar ligt te wachten.
Als ze een man was geweest zou ze nu misschien gelukkiger zijn. Voordat de tweeling Wolfgang en Marja-Rita werd geboren, was ze cheffin geweest van de afdeling damesconvectie in een groot warenhuis. Dat ging haar uitstekend af.
Met een houten lepelaarsbek begint Mirre de vakantiewas te sorteren op weefsel en kleur. Niet dat ze helemaal baalt van het huishouden, maar ze zou zo graag meer mensen zien, plannen maken, leiding geven. Zoon Wolfgang's broek stinkt naar het rottende hout uit hun Italiaanse onderkomen. Werktuiglijk leegt Mirre de zakken: een rekening van 1000 lires voor ravioli, een biljet van La Mortale, een kam en een rond wyberdoosje met piepkleine witte pilletjes. Mirre wil eigenlijk een zaak leiden, en heus geen kleintje. Ze kan goed organiseren. Een vijftig-urige werkweek, misschien wel meer. Daar gaat ze niet voor opzij. Uit Marja-Rita's BH stijgt een geur van olijfolie en knoflook op. In bijna alle onderbroeken van Wolfgang zit vino rosso gevlekt. De shirtjes van Max zijn nog steeds stijf van woede. Het liefst zou ze een modern uitzendbureau leiden. Klanten interesseren, acquisitiebezoeken afleggen, uitzendkrachten werven, advertenties zetten... De morsige dampen die uit het wasgoed opstijgen maken de niet onverdeeld prettige vakantieherinneringen weer springlevend in Mirre's gevoel.
Het begon eigenlijk op de cursus blokfluitsnijden, waar zij en Max wekelijks het moderne harmonische echtpaar speelden. De jaloerse tantes uit Mirre's familie vonden het "burgerlijk" dat Max en Mirre op die club zaten. Maar van de twee als hippies geklede vrienden die ze er maakten vonden de tantes het "ludiek". Het meisje was een historica en de jongen was tandarts. Op een avond kwamen ze op visite. De historica droeg een gebloemde maxi-jurk met draadfranje aan alle zomen en in het haar een diadeem. Ze rookte uitsluitend sigaretten uit het oostblok van een onuitspreekbaar merk en babbelde luchtig over het archeologische artikel dat ze schreef. Mirre bewonderde haar air van onafhankelijkheid. Eindelijk een vrouw die niet meehuilde met de wolven in het bos. De tandarts droeg een witte linnen tuniek en geraakte op staande voet in discussie met Wolfgang die naar middelen zocht om het tandenpoetsen af te schaffen. Na vijf minuten was Wolfgangs geestdrift weggeëbd. Ontgoocheld stelde hij vast: "Dus er bestaat geen enkele pil met dezelfde werking als tandenpoetsen?" De jonge deskundige schudde peinzend het langharige hoofd maar haalde toch opeens een rond doosje voor de dag met een rose kleur. "Hier een gratis artsenmonster. Neem maar drie pilletjes per dag." Wolfgangs gezicht klaarde op. "Dank je wel! Elke avond of zo?" "Neenee, steeds na het tandenpoetsen. Het zijn fluor zuigtabletten. Ter voorkoming van cariës. Tandwolf, weet je wel?" De tandarts pakte een wafelkoekje van de schaal. "In het drinkwater zit namelijk te weinig fluor om een gezond gebit op te bouwen. Een paar fanatici hebben het denkbeeld verspreid dat fluoridering een communistisch complot is, weet je nog?" Mirre dacht na over een intelligente vraag. "Wordt er in Italië eigenlijk gefluorideerd??" "Oh nee! Daar krijgen ze genoeg fluor binnen via de rode wijn!"
Nu kwam het gesprek op Italië. De beide hippies bezaten daar namelijk een oude villa. Max en Mirre werden in één adem door uitgenodigd om er met de tweeling op vakantie te komen als de historica weer opgravingen ging verrichten. Toen de jaloerse tantes van Mirre dat later hoorden, kregen ze ineens moeite met het woord historica. "Die wroetende hysterica," verluidde het sindsdien per ongeluk.
Vlak voor het vertrek naar Italië hoorde men dat de hippies, terugkomend van een opgraving, tien gewapende poliziotto's in hun villa hadden aangetroffen. Huiszoeking. Verdacht van verdovende middelen bezit. Tussen de blaadjes van een pocket trof de politie enkele vergeten resten marihuana aan. De hippies werden onmiddellijk in de gevangenis gestopt. Niet omdat marihuana schadelijk is, maar omdat de mens nu eenmaal een wolf is voor de mens.
Max en Mirre ontvingen een paniekerig briefje, of ze niet zolang in de villa wilden trekken en of ze dan dagelijks voedsel wilden brengen, want daar was het Italiaanse gevangenismenu op gebaseerd.
Zo rukten ze toch nog op naar het land van de Azzuri. De aanzwellende hittegolf had het stof dat opsprong bij de banden van de Opel Kadet zo droog gemaakt als springstof. Mirre was niet jaloers op de Italiaanse trekossen. In het dorp van bestemming prijkten overal aanplakbiljetten met een felrode hond erop die een furieuze muil opensperde. "Rabiës" stond er boven. Ze reden langzaam door. "Oh wat gemeen!" riep Wolfgang opeens. Er zaten twee politie- agenten achter een paar zwerfhonden aan. Ze sloegen met knuppels op de diertjes in. Mirre voelde zelf ook een machteloze woede opwellen. Haar vader sloeg haar vroeger met de etensstamper. "Ik zal ze!" besloot Wolfgang impulsief en wilde uitstappen. "Geen sprake van!" schreeuwde Max. "De justitie deugt hier niet." Men liet de hondjes min of meer dood met bloedende muiltjes achter.
De villa die de hippies hadden opgegeven lag inderdaad aan een meer. Het bleek een ruïne te zijn gebouwd van blauwzwarte keien en bruinrose rivierklei. Binnen stonk het. In de keuken hing een lijn met ongewassen broeken en olielantaarns. De scheve gootsteen van ruw zwart gesteente zat vol vastgeplakte macaroni. Mirre voelde zich niet lekker. Ze had tegenover de historica niet de huisvrouw uit willen hangen, en nooit gevraagd hoe toonbaar het binnen eigenlijk was.
"Getverderrie!" riep Max. "De planten hebben hier geen luizen! De luizen hebben planten!" Als hij nijdig werd voelde Mirre zich altijd schuldig. Toch klopte het niet. Waarom voelde zij zich altijd meteen de kwaje pier? Je zou jezelf moeten kunnen bestuderen en begrijpen en daarna helpen. Maar het was inmiddels de hoogste tijd om boodschappen te doen.
Tegen de avond besloten ze het dorp te gaan verkennen. De tweeling greep de nieuwe fiets van de hippies en zwierde vooruit. Op het plein schalde dansmuziek uit een klein formaat circustent. Ze zochten een tafeltje buiten op een terras. "Moet je een peppil?" vroeg Wolfgang aan Marja-Rita en liet haar een tabletje proeven uit een oud wyberdoosje. "Zoete kalk," vond ze. "Ik heb trek in een pizza!" riep Max. Mirre lispelde: "Hè ja, warm en bros, met ansjovis en kruiden."
Daarop ontdekte Marja-Rita een hek, waar de fiets van de hippies niet meer tegen stond. "Die zullen we moeten vergoeden!" riep Mirre. En Wolfgang: "Meteen eentje terugjatten!" Max wilde de fiets zoeken. Spiedend slopen ze om de danstent heen. Mirre keek alleen uit naar de fiets van de hippies, maar Wolfgang had ook zeer grote belangstelling voor alle andere fietsen. Na een kwartier begon de danstent leeg te stromen. Er klonk alleen nog muziek uit een restaurantje. De vrouw in de Frittura di Pisce kraam lapte haar gootsteentje en doofde haar TL-buis. Wolfgang wilde de diefstal nu aangeven op het questura van de plaatselijke polizia. "Nee! De justitie deugt hier niet!" riep Max, maar Wolfgang ging toch.
Een gendarme met een witte leren sjerp, een nozemkrulletje over zijn voorhoofd en in zijn aangezicht een doffe ontstemming, keek met gladde blauwzwarte blik door of langs Wolfgang heen. Echt aankijken deed hij niet. "Qual'è la nome?" informeerde hij mat. "Adrezzo?"
Als gestoken door een horzel vernam hij dat de familie in het huis van de gearresteerde hippies verbleef. Wolfgang moest direct mee naar een kamertje om onderzocht te worden. Mirre voelde zich niet lekker. Maar haar onbehagen gold eerder Max dan Wolfgang. In dit soort situaties kon hij heel onverstandig reageren. Nu verscheen er een soort commissario. In zijn opgestoken hand een rond wyberdoosje dat op Wolfgang was aangetroffen.
"Narcotica!" verklaarde de commissaris. Mirre voelde de grond overhellen. In het dropdoosje zaten piepkleine ronde pilletjes. "Esaminare! L-S-D!" Niemand sprak Italiaans of Latijn, zelfs Max niet en daarom werd hij zo rood als de zonneschermen overdag. "Ze willen het geloof ik onderzoeken Max," riep Mirre bezorgd. "Esaminare!!" papegaaide de politieman. Alleen het haar van Max dat rond het kale kruintje wijd afstond werd niet vermiljoen. Plotseling vlogen zijn grieven tegen de Italiaanse politie als kanonskogels door het bureautje. Maar alles in het Nederlands! "Moet hij soms óók verhongeren in jullie kerker!? Dat is zeker Romeins Recht! Hoe dichter bij Rome hoe groter fascisten!! Braakbal!"
Mirre's moeder placht te zeggen: "Boze wijven dragen het zwaard in de mond." Ze werd behoorlijk bang dat hij de man naar de keel zou vliegen. "Galspuger!" brieste Max met spatjes speeksel. "Verrotte paap!" Koel en afgemeten keek de commissario terug. Want een oude wolf verschiet niet van een klein gerucht. Maar toen Mirre haar ega samen met Marja bevend het bureau uit sleurde, keek hij hen na met een flauw, verwonderd leedvermaak. Dat was echter nog niet alles. Buiten kwam eigenlijk pas het ergste.
Marja-Rita zag haar fiets weer staan. Namelijk tegen het hek waar ze hem had neergezet. Ze had over het hoofd gezien dat er twee precies dezelfde hekken waren. En toen ze de diefstal meende te ontdekken, keek ze per ongeluk naar het verkeerde hek. "Hij is teruggezet!" gilde ze. "Uilskuiken!" brulde Max. "Hij is teruggezet! Net stond-ie d'r nog niet!" "Beter loos alarm dan geen alarm!" suste Mirre. En Max: "Waarom beter?? Zie je dan niet wat dat uilskuiken ons aandoet?" Hij pafte als een rotje. "Ach Max ze heeft het toch niet expres gedaan!" Er klonk een verongelijkte zucht door de vallende nacht.
Zonder Wolfgang sjokten ze naar de ruïne terug. "Als het peppillen zijn kan-ie rekenen op vijf jaar!" klaagde Max. "We zullen ons blauw moeten betalen aan advocaten. Bij wolven en uilen daar leer je huilen!"
Slapen was er niet bij. De bedden stonken naar rottende etensresten. Steeds dat gescharrel van muizen! Mirre's benen waren zo stijf als een plank, haar billen jeukten en ze zweette van de walgelijke spanning in haar buik. Max verzuchtte woelend: "Je zou toch verwachten dat een gewaarschuwd mens voor twee telde. Hij wìst toch dat de justitie hier niet deugt!"
Toen het licht werd begon Max zich af te vragen of Wolfgang soms nog meer van die pilletjes bezat. Dan moesten ze die meteen vernietigen! Mirre haalde zijn tas. Er kwam een rond doosje voor de dag met een rose kleur. "Zymafluor", stond er op. "Peppillen..." zuchtte Max somber. "Hoe weet je dat eigenlijk?" "Volgens mij zijn het peppillen." "Maar... ik geloof dat hij die van Jim heeft!! Tegen tandwolf of zo..." "Weet je dat wel zeker??" "Heel zeker. Ik ga naar het politiebureau." "Ach Mirrekindje denk nou even na!" (Wat bedoelde hij? Welke juridische geniepigheid zag ze in haar onnozelheid over het hoofd?). "Eerst met de advocaat praten. Dan doen we nieuwe stappen." "Waarom??" "Heus Mirre, vertrouw nou maar dat ik het echt het beste weet."
Ze kon het moeilijk slikken. Het gevoel dat ze naar het politiebureau moest was heel sterk. Mirre kleedde zich aan en begon talmend haar jas aan te trekken. Een openlijke afwijzing dus van zijn advies, maar talmende, zodat hij nog de gelegenheid had om heel erg nijdig te worden. In dat geval zou ze zwichten en aannemen dat hij gelijk had en dat zijzelf heel koppig en onverstandig was. "Ga je tòch?" klonk het strak. "Honger jaagt de wolf het bos uit," antwoordde ze zonder hem aan te kijken. Ook zonder oogcontact had ze al het gevoel dat hij dwars door haar heen keek. En dat hij zag hoe dom en eigenwijs ze zich voelde en hoe beschaamd. "Je weet toch wèl wat je gaat doen hè?" klonk het dreigend. Vreemd, de situatie was zó karikaturaal... Deed hij zich groter voor dan hij was? Mirre stopte de fluortabletten in haar zak en verliet de ruïne op de fiets.
Het bureau was gesloten. Op de deur hing weer zo'n rabiës-biljet met een furieuze hondekop er op. Na drie keer bellen verscheen de commissario zelf. Mirre liet hem het rose busje zien en riep veelbetekenend: "Narcotica!" Daarop schudde ze heftig van neen.
Binnen zette hij zijn bril op, bestudeerde het rose busje en spelde moeizaam: "Natriumfluoride..." Mirre liet hem de pilletjes zien en riep: "Medicamento! Rabiës! Rabiës!" Ze sperde de kaken open en tikte agressief-nadrukkelijk met de wijsvinger op haar tanden. Ze zag nu duidelijk hoe de politieman schrok. In een oogwenk was Wolfgang uit de cel. Mirre stopte een pilletje in zijn mond en herhaalde: "Medicamento! Rabiës!"
Een uur later dronk de familie koffie buiten onder de twee palmen voor de ruïne. Op het azuurblauwe meer dobberden witte watervogels met guitig kwispelende staartjes. Mirre genoot er trots van. "Je hebt heel veel geluk gehad," meende Max. "Waarom geluk? Ik heb die commissaris gewoon duidelijk gemaakt dat het pillen tegen cariës waren! Tegen tandwolf! Nou en dat was dat!"
Wolfgang zette zijn kopje in het gras. "Ja maar mam... Je zei toch niet cariës!? Je zei rabiës! Dat is hondsdolheid! Die vent moet gedacht hebben dat ik daar besmet mee was!" Max begon nu in alle ernst tetterend te schateren. Zijn kakels trokken als rimpels in slagorde over het meer. Enkele vogels vlogen op en krijsten rauw, langdurig en verongelijkt.
En al deze herinneringen gaat Mirre nu wegwassen. Met haar houten lepelaarsbek sorteert ze de kledingstukken op weefsel en kleur, terwijl de vakantiegeuren er uit opdampen.
Ze kan natuurlijk pas een baantje zoeken als de tweeling het huis uit is. Hoeveel jaar zou dat nog duren? Misschien is ze dan al te oud! Terwijl ze juìst zo veel ambities heeft. Mirre sluit de wasautomaat en start het programma voor bont. Daarna gaat ze bieten en uien snijden. Niet dat ze baalt van het huishouden. Als straks alles klaar is voelt ze zich best belangrijk. Ze houdt er van om dingen voor anderen te organiseren. Alleen zou ze liever hoofd zijn van een uitzendbureau. Maar hoe?
WIM HEINS