ZWARTE
ZONDVLOED (1978)
ET AARDRIJK waarin wij - de
ratten - moeten leven, en waarvan oligarchieën & multinationals alleen maar
het karikaturale decor vormen, wordt ten diepste bestierd door slechts één
verborgen magnaat: Grote Oliebol.
Dit blijkt zonneklaar uit de levensloop van een puissant rijke rat, met wie het leven toch een loopje neemt: Noach Olivier Shell.
De rat heeft dof blinkende loerogen en zijn snuit lijkt bewerkt met een bolhamer want overal zitten kommen en kuilen. De succesformule die de oude zijn leven lang heeft toegepast luidt: "Zoek altijd de weg van de minste weerstand."
Maar hoe spoor je langs deze weg een vermiste op? Vanmorgen verdween namelijk de laatste vriend die Noach op aarde bezat - Wolfgang.
Neenee, geen rat. Een hondje. Tussen Noach en alle andere ratten bestaat financiële rivaliteit. Maar Wolfgang - dat is zo'n door cynische fokkers ingeteeld, ten hemel schreiend gedrochtje met haren twee maal zo lang als zijn pootjes. Muiltje, neus, ogen en oortjes zijn verworden tot één enkel wanstaltig orgaan: de peep-show. En dat is al wat op aarde van Noach houdt.
"Wolfgang," had Noach vanmorgen somber tot het razend kwispelende monstertje gezegd, terwijl hij zijn rattehandjes om elkaar klemde, "de oude zeeën bestaan nu voor 25% uit olie, zowat een kwart miljoen parts per million! Zie je Wolfgang, nog één van onze tankers naar de haaien en het wordt goedkoper om zeewater te raffineren... Wolfgang, dat wordt ons einde!"
Dat de baas in zijn goedgeoliede zwartgalligheid wel een slok op een borrel overdreef, drong niet door, tot de 3 gram hersens achter de onsmakelijke snuit.
Dat het einde nabij was, dàt had het wangedrochtje begrepen en in paniek rolde het de straat op. Nog vòòr er een afdruk van klauwen in zijn neuzige hoofdje stond, maakte hij de katten duidelijk, dat de wereld begonnen was te vergaan. De soevereine schepsels begrepen uit de clowneske kef dat het ernst moest zijn en wierpen zich met dansbogen op het hazenpad om Wolfgang te volgen. De hazen riepen nog kauwend: "Ze hèbben hem al!" Maar toen zij de katten hoorden miauwen: "Het einde nadert!" sloegen ook zij op hol en volgden in de vlucht. "Vanwaar die haast?" riepen de oliefanten uit Artis. "Het einde nabij!" luidde het antwoord. Het aardrijk sidderde onder hun getrompetter toen zij losbraken en zich aansloten bij de horde. Zo voegde zich soort na soort bij het dravende konvooi, totdat vrijwel het gehele koninkrijk der dieren in een panische jacht gewikkeld was, die stellig het aardrijk verpletterd zou hebben als Wolfgang aan de kop van de stormvloed niet toevallig de supertanker Cadiz Ark was opgebuiteld. Op het spekgladde dek dook het hondje een gat in waarna het gehele konkrijk der dieren achter hem aan stortte en in het binnenste van de zeereus werd opgeslokt.
Noach nu, had juist afgesproken voor een beleefdheidsreis met de Cadiz Ark, die zijn eigendom was, en moest thans zonder zijn kameraadje op pad. Hij liet met een klap de luxaflex in zijn villa neervallen en plaatste de telefonische antwoordpapegaai voor de microfoon. "Vergeet de nul niet voor te draaien!" krijste het dier. "Denk gewoon aan jezelf! Vergeet de nul niet voor te draaien! Denk gewoon aan je-" Noach gaf de robot een draai om zijn oren en begaf zich naar de Cadiz Ark. Zou hij het hondje daar ooit op het spoor kunnen komen?
Thans zit hij in de kuip van zijn sjieke hut. Het bruisbad geeft hem alleen maar een nog benauwder gevoel. Driftig priemt hij in zijn jeukende oortje. Daar de maand om is trekt hij een schone onderbroek aan.
Tijdens een wandeling in de richting van de voorsteven over het glimmende dek sleept Noach's staart door de olieplak. De oude rat pijnigt zijn hersens genadeloos om te ontdekken welke oplossing, in dit geval van vermissing, de weg van de minste weerstand vormt. Nu het schip op koers raakt, verdrijft de zeewind de petroleumgeur en geeft hem een eenzaam, zilt gevoel. Na een kwartier lopen ligt het witte hospitaalachtige besturingsgebouw van de supertanker al ver in de nevels. De gelige schoorsteen met roestvlekken daarachter is nog net zichtbaar. De bewoonde wereld op het vaartuig zal hem nu dus niet meer horen. Gewoon maar eens proberen dus. Noach opent de mond met de knaagtanden en krijst godverlaten over zee: "Wolfgang! Wolfgang hierrrr!"
Onmiddellijk stijgt uit een gat in het dek een jammerlijk gekraai naar boven. Buiten zichzelf bereikt de biljoenair na vijf minuten weer de brug. Alvorens het stuurhuis binnen te gaan haalt hij diep adem en zet een zakelijk gezicht.
"Kapitein!" "Een ogenblik meneer Shell, dan kan ik er achter komen wat die helicopter van ons moet." De gezagvoerder, een vette rat, houdt zijn oortje bij de radio. In metalen onbewogen timbre vermeldt een gedisciplineerde stem: "...intermediate approach. One mile straight ahead coming up, we lock in..."
"Peilstreep uitzenden!" schreeuwt de stuurman, en tegen de rat aan het roer: "Precies de windkoers ja!"
De Sikorsky Ratbus 58 T van de KLM ontlast eerst hoverend met een elektrische takel statische lading in de zoute zee en laat dan boven de Heli-H twee ratten zakken met een gele hangboei onder de oksels. Onder de lawaaierige rotor stuiven witte waterwolken van dek op en spiegelen regenbogen af van de doorbrekende zon. De bezoekers klimmen naar de brug. De eerste rat heeft angstig-boze, toornig wordende ogen achter een ouderwetse bril en een mondje dat onophoudelijk wrang lacht. Het is een loods. De tweede beweegt zich als een patiënt die ontzien moet worden, heeft holle ogen en een lijkachtig voorkomen. Het is de directeur van de Nederlandsche Vereniging ter Bescherming van Dieren. Onmiddellijk heft deze een luid gejammer aan: "Wij zijn op zoek naar het verdwenen koninkrijk der dieren en wij hebben gronden om te mééénen-" "Wat zit er in uw bunker?" roept de loods.
"Alleen oliedamp, heren. Wij zijn namelijk leeg op weg naar Koeweit." "Nou wilt u me toch smeer voor zalf verkopen, kapitein. Het plimsollmerk ligt meters onder water!"
"Er zit een hondje in het ruim!" komt Noach er informeel tussen. "Een kudde fokvee zal je bedoelen!" valt de loods uit. De directeur van de Nederlandsche Vereniging ter Bescherming van dieren verzoekt: "Mag ik uw dierensteward even onder vier ogen?"
De kapitein spreidt openhartig de armpjes met geopende handjes, ontbloot de knaagtanden door de simpele blijmoedigheid van een heilssoldaat langs zijn grijze snorharen te trekken en verzekert beide ratten: "Heren! Ik neem er olie op in! Dieren zijn hier niet aan boord!"
Maar dat is olie op het vuur. Even later draaft men dan ook naar het bunkergat in dek.
"Als we het niet reeds bevroedden!" jammert de directeur der dierenbescherming. "Denkt u misschien dat onze inspecteurs de WW in willen?!" "Toemaar!" bromt de loods, "de verdenking klopt. Massale smokkel van bio-industrie naar de Derde Wereld!"
Enkele uren later loopt de tanker weer binnen. Langs de kade staat het zwart van de ratten. Met spandoeken: "Redt onze kooibiggen." "Martelei = kakelpersvers!"
Terwijl het koninkrijk der dieren gebeten en vol blauwe plekken de loopplank afmarcheert, om aan land weer spoedig de onderlinge geschillen te hervatten, roept Noach bezwerend met afwerende gebaartjes tegen de journalisten: "Er is geen spráke van bio-industrie. Ziet u heren, die nijlpaarden en oliefanten waren op weg naar eh... Kano, om weer te dartelen onder de Afrikaanse oliepalmen! Met al die vergane tankers voel je je tegenwoordig net een ontsnapte misdadiger, ziet u. Vandaar dat ik probeer de balans weer recht te trekken."
Geroutineerd bewandelt Noach de weg van de minste weerstand. Inmiddels strompelen de laatste katten over de loopplank en ook de resten van Wolfgang worden opgeveegd. Tevreden rollen de ratten op de kade hun spandoeken op, starten brommers, motoren, auto's en knetteren weg. "Maar waarom stopt u dan niet gewoon met die olievaart?" prikt één der verslaggevers door.
Na het interview kiest de Cadiz Ark weer zee, drinkt te Koeweit 200.000 ton olie, keert terug en breekt dicht onder de kust in tweeën. Juist in de nacht voor Pinksteren - het feest van de uitstorting. De reusachtige nachtbraker loost alle ruwe olie in het milieu.
Als de ratten het achterschip, dat nog boven de golven uitsteekt, verlaten in slingerende sloepen ziet Noach in één oogopslag wat de weg van de minste weerstand is: hoog en droog op de sleepboten wachten net als de kapitein. Helaas slaat een grote golf de magnaat overboord. De kapitein probeert hem nog te redden met bloedstollend advies: "Vóór! En! Spreid!" Maar Noach wordt spoedig gekneveld in de kleverige oliedrab door taaie zeelianen. Furieuze brekers jonassen hem stuurloos rond. Dan voelt de rat zijn einde naderen en geeft zijn zwemmen op volgens de wet van de minste tegenstand. Zijn schipbreuk loopt af in de bruinzwarte branding met een oorverdovende sisser die hem, als persona non grata, het strand op spuugt.
Moeizaam maakt hij ook zijn staart los uit de wierbomen en strompelt bibberend naar een stapel strandmeubilair. De zon breekt door. Aan een onverschrokken stok hangt een woest wapperende gele Perl-vlag, strak gerukt en stuk gereten door de westenwind.
"Waarom ik niet stop met de olievaart??" leest Noach plotseling op een krant, in een hoek tegen de strandstoelen aangewaaid. Onder het opschrift ziet hij een foto van zijn eigen kop. "Dat heeft weinig zin. Ziet u heren, van alle biljoenen krijg ik maar 1%." Nieuwsgierig leest de drenkeling het interview met zichzelf: "Het gros is voor de overheden. Die hebben dus heel wat groter belangen. En de allermachtigste belangengroep, die 50 dollar betaalt per vat, dat zijn de ratten die u daar ziet vertrekken in voertuigen te kust en te keur. Wat dacht u? Energiebesparing? Voortaan alleen selectieve groei? Daar voelen die consumenten toch geen lor voor!? Wat ze willen is autocratie. Een staat geregeerd door de auto! Behouden welvaart! Als ik stop met olievaren dan zeggen ze: Vlieg op, val dood. Tien anderen in jouw plaats. Maar heel het raderwerk staat stil, als hùn machtige arm het wil. Alleen gaat-ie dat pas willen als we deze wereld al de Heilige Olie kunnen geven."
De wind vouwt de vochtige krant onhandig om Noach's nagels. Maar door iedere passage steeds met twee handjes vast te houden, weet hij onder de ratelend wapperende strandvlag kennis te nemen van al zijn argumenten. Ter plaatste trachtte hij zich tegenover de pers alleen maar waar te maken als dierenbeschermer en beschouwde zelf het interview als spraakwater naar zee dragen, maar hier op het strand spreekt zijn visie hem nogal aan. "Ziet u heren, 't is funest, maar overtuiging vergt eerst ondervinding. Schaadt het niet dan baat het niet. We kunnen het publiek geen bewustzijn bijbrengen met een lepel wonderolie. 't Is òf rijpen, òf rotten. De ziekteverschijnselen treden overal op. Men denkt daarom dat ook de dood op zal treden. Maar dat is een misverstand. De dood treedt in."
Hoewel klappertandend, voelt Noach zich verguld. Dat hij de pers zó'n prima verweer heeft geboden! Terugkrabbelen is nu ongewenst. De weg van de minste weerstand is de ingeslagen weg. Enthousiast zoekt Noach naar nog meer goede gronden voor zijn standpunt. Het eerste wat hij gaat ondernemen is een daadkrachtige campagne tegen zijn eigen company!
"Vuile rat!" schreeuwt de strafrechter op de zitting, en slaat zo driftig met de hamer op zijn vloeiblad dat de paperclips tegen zijn snuit vliegen. Het in gevaar brengen van de economie wordt bewezen geacht. De straf is zwaar: Verbeurdverklaring van de maatschappij en een jaar lang met een houten smeerhark olievegen op het strand.
Nu loopt Noach Olievier Shell daar dan rillend tegen zijn slikhaak op te klimmen. De lucht boven het olieslijk vol stervende papegaaieduikertjes, ruikt naar koolwaterstoffen, wanhoop en waanzin. De tegennatuurlijke stank is om te snijden, alsof men met een kaasmes zo een plak benzine van de atmosfeer zou kunnen afraspen.
Ratten der aarde, laten wij geen wijn proberen te tappen uit olievaten. Het aardrijk waarin wij moeten leven wordt ten diepste bestierd door slechts één verborgen magnaat, die geen Noach heet, maar Grote Oliebol.
Noach is slechts dwangarbeider. Huiverend bij zijn rantsoen Haarlemmeroliekoeken denkt hij terug aan de dagen van Olim en voelt zich voor het eerst van zijn leven gek. De gewelven onder de aarde kunnen niet toevallig zijn volgeladen met oceanen van olie. Het wachten op de Zwarte Zondvloed is het wachten op de eerstvolgende kwade dronk van Grote Oliebol.
WIM HEINS